De methode Beekhuis

Op de laatste jaarvergadering heeft onze wedstrijdleidster extern het openbaar gemaakt. Heel subtiel, maar het is niemand ontgaan. LSG 1 is kampioen en LSG 3 ook, maar via een hele andere methode. We hebben het dan natuurlijk over de methode Beekhuis. Sindsdien is er een groot misverstand ontstaan. Iedereen denkt de methode wel te snappen en reduceren het geheel tot bier. Op zich een nobel streven, maar er is meer tussen de methode Beekhuis en bier dan menigeen denkt. Hieronder volgt een gefaseerde uitleg over de methode:

De acquisitiefase

Het bellen van de mensen is een zwaar onderschat ritueel. Spelers genieten ervan om onbereikbaar te zijn of waarderen het ten volste om de laatste wedstrijd samen nog even telefonisch te analyseren. Maak hier tijd voor vrij. Bel niet iedereen in een uurtje, maar trek hier gerust een á twee avonden voor uit. Spreek alles goed af en zelfs spelers als een Peter van der Boogaard komen op tijd. Tijdens het opbellen willen mensen vaak nog niet de opstelling weten, maar wel graag de kleur en ze spreken een voorkeur voor een laag of hoog bord uit. Het grootste geheim van de methode is dan ook dat hieruit al bijna de opstelling van het team rolt.

De wedstrijd

De wedstrijd bestaat uit drie fases. De eerste fase is de eerste drie uur. Het enige akkefietje wat hierin kan gebeuren is dat iemand snel verliest of iemand snel wint. Daar doe je bijna niks aan. Als iemand remise krijgt aangeboden, dien je als teamleider de 'fighting spirit' in je speler terug te krijgen. Een remise in de eerste drie uur is ongewenst! Als er meer duidelijkheid komt over het verloop van de wedstrijd, wordt de meerwaarde van de teamleider kleiner. Aangezien de meeste vijandelijke teamleiders hun tijd aan de bar rondbrengen, dienen alleen verloren stellingen remise gegeven te worden.

Een ander zeer belangrijk aspect is het zand. De tegenstander dient zich een totaal verkeerd beeld van het team te vormen. Een van de middelen die hiervoor gebruikt wordt in het vierde is bier, zodat onze tegenstanders denken dat we het schaken niet serieus nemen.

De tweede fase

Dit is het vierde speeluur. Hierin valt de tijdcontrole en wordt de wedstrijd beslist. De teamleider dient tijdens deze fase continu aanwezig te zijn en als een jonge god boven de spelers te staan.

De uitzakfase

Als na de tijdnoodfase de wedstrijd beslist is, dient de teamleider aan de bar te gaan hangen om alle verhalen over de partijen aan te horen en het sociale aspect van het schaken te belichten. Dit dient voorgezet te worden in Whooping.

Een toepassing

Nou wil het geval dat we pas met LSG 4 tegen Promotie 1 moesten. Tijdens de acquisitiefase kwam ik erachter dat er twee mensen niet konden. Dus ik invallers geregeld: Arvic Harms en Jaap de Jong. Nu hoor ik u vragen: wie is Arvic Harms. Arvic is een vrolijke, tactische deugniet die soms geniaal kan spelen en soms minder geniaal. Jaap de Jong had reeds vele jaren niet meer extern voor LSG gespeeld, maar had er erg veel zin in. Tijdens de eerste fase wilde Arvic remise spelen. Hij moest namelijk op tijd weg, want hij had voetbalkaartjes voor Feijenoord. Natuurlijk zei ik dat hij nog even wat langer moest doorspelen. Promotie was sterk op de hoge borden en ik verwachtte wel iets van de lagere borden. Arvic speelt nog even door. Wubben wil remise aanbieden. Nog erger. Na overleg was het duidelijk dat zijn tegenstander 300 elopunten meer had. Toen kon ik me er wat beter in vinden.

Promotie is een vriendelijke vereniging. Ze kwamen vrolijk met me praten en ik heb hele filosofieën gehouden over de kansen die Oegstgeest had om matchpunten te laten liggen en hoe groot hun eigen kampioenskansen wel niet waren.

Toen de drie uur om waren was het eerste probleem duidelijk. Jeroen van der Linden. Onze nieuwe telg verloor ergens een kwal en was als eerste klaar. Wim van der Pol had zijn stelling binnen vijf zetten van redelijk zien uitgroeien naar fantastisch, zodat de rest een kwestie van techniek was (dat is die Pol wel toevertrouwd). Jaap de Jong offerde een pion, had de hele partij druk en won!! Wat een come-back en 1-2. Arvic ging tijdens de tijdnoodfase met zijn pionnen truccen en won op zet 39 de eerste toren en op zet 40 de tweede. Ruud Mieremet won vervolgens in tijdnood ook nog eens een volle toren! En zie 1-4! Daarna mocht CJ een goeie stelling remise geven en waren de matchpunten binnen.

Vervolgens trok iedereen zich terug in de kantine behalve Wubben en Vlasveld. Ze vochten nog lang in mindere stellingen, maar verloren allebei. We moeten de toekomstige tegenstanders niet het idee geven dat we zo goed zijn dat we Promotie geveegd hebben.

Een goed resultaat gezien het feit dat Promotie per bord 120 elopunten meer had. Toen ik Wim van der Pol later vertelde dat zijn tegenstander 2200 had, schrok hij een beetje. Ik had het hem graag eerder verteld, maar de methode Beekhuis staat dat niet toe.

Tekst: Cees Beekhuis

Gepubliceerd LSG-Nieuws 96B, verschenen december 1996.