Stormwind

De rode morgenzon glom aarzelend in het oosten, nog omgeven door een kleed van nachtwolken. Als omvatbaar weefsel hingen blauwe dampen aan de toppen van de bomen; een nachtegaal had zijn lied reeds laten weerklinken in de schemer van de Zuidelijke Duinen, totdat het arriveren van een gewapende legerschare hem naar veiliger oorden verdreef. De zwijgzame troep baande zich een weg naar de plaats waar ze de laatste slag zouden leveren; er stond veel op het spel, voor eenieder die uitverkoren was om de geelzwarte banieren van het Leeuwen Storm Genootschap te verdedigen.

Eenmaal aangekomen op de vlakte waar alles uitgevochten zou worden, ontwaarden ze hunne tegenstanders, de Lepelaars. De trekken van de voorvaders, de Kaninefaten, waren nog duidelijk in het gelaat van de tegenstanders te herkennen. Zij waren hier reeds toen Caesar Caligula de Noorderzee liet geselen, toen Graaf Dirk afscheid nam van het Heilige Roomsche Rijk en toen de Franse roofridders van Empereur Bonaparte de kerken in asch legden. Groot was hunne opluchting toen de valsaards de banieren van de Heeren Sibbinghe en Den Vriesch niet aanschouwden. En schertsend werd de voorbereiding voortgezet, vol vertrouwen in de krijgskunst die ze tot hunne beschikking hadden.

De vierde ruiter

De aanvoerders van de Leeuwen zaten zwijgzaam rond de houten tafel in de legertent. Het strategisch concept van Oestrigenter aanvoerder Willemze was doeltreffend in haar eenvoud. Gezien de plaatselijke omstandigheden zouden de Heeren Van der Erf uit Lughdunum en Stelling uit Albinia de steenslingeraars en de revolutionaire hellebaardiers aan de linkerzijde commanderen vanachter de traagstromende beek. De rechterflank, bestaande uit de Leuvense amazones onder aanvoering van Vrouwe Jap en de Delftse valkeniers onder Heer Harmsz zouden de vijand moeten verhinderen om door te breken naar de centrale sectoren, alwaar de beslissing zou worden geforceerd.

Er was gekozen voor snelheid. De lichtbepantserde ridders onder aanvoering van Christofoor, Heer van Roozendaele, kregen de opdracht om direct naar het vijandelijke vaandel te stormen en deze te veroveren. De elitetroepen van de Keltische huurling Marc'h Map Irwin en de boogschutters van de Noordse Walkure Benschop zouden deze poging ondersteunen om de vijandelijke hoornstrategie te frustreren. Als vierde ruiter had zich de Paladijn van Palenstein aan de schare gevoegd, teruggekeerd van een kruistocht tegen de heidenen in de onderbond. De onderlinge rivaliteiten waren opgeschort voor een treffen van dergelijk belang; niets zou er mogen misgaan, en in stilte aanvaardden ze hun lot. Knielend in de modder namen ze een kleine proeve van de ondergrond, vastbesloten om als overwinnaars van het veld te gaan of er in een schild vandaan gedragen te worden.

Beste lezers, het plan werd ten uitvoer gebracht. Zonder frivool hoorngeschal rukten de scharen op naar de aangewezen plaatsen, geen bazuin werd gestoken. De wimpels wapperden in de snijdende noordenwind, die het stof deed opdwarrelen en de zon verduisterde. Laat mij volstaan met de kille gegevens en dwing mij niet de mensonterende feiten te onthullen, de wreedheden waartoe de menschen zo goed in staat zijn.

De rechterflank ging ten onder, onderwijl verschrikkelijke verliezen toebrengend aan de keurtroepen van de Lepelaars. De linkerflank bewees zijn superioriteit waar het verlies van Heer Stelling niet kon verhullen dat de vijanden teruggedrongen werden en dus de weg vrijgaven voor de invasie. En aldus een ideaal decor creëerde voor de stormloop van de vier ruiters. Als een stormwind reden ze, de witte, de rode, de zwarte en de vale, onstuitbaar, een spoor van verschrikkingen achterlatend, die te gruwelijk zijn om hier te verhalen. De vijand werd verstrooid en slechts de vaandrig Alberts bood verschrikkelijke weerstand totdat hij uiteindelijk uitgeput ineenzakte op de standaard van de Eenbenige Vogel. Het was weer een goede oogst voor de zwijgzame.

Tekst: Serdaux

Achtergrond

Duidelijk geïnspireerd door het lezen van 'De Guldensporenslag' van Hendrik Conscience. Het betreft een gewonnen degradatieduel van LSG 2 tegen De Ooievaar 1, ergens midden jaren '90. Na verschijnen vroeg Remco van der Erf: "Maar het was toch een slechte wedstrijd?" waarop de schrijver sprak: "Maar dat hoeft niemand te weten." Waarvan acte.

Foto: Beeld van een van de vier Ruiters van de Apocalyps in Brugge, door Wout Serdijn.