Uda's droom

De volksraad was wederom bijeen, voorgezeten door een sterk vermagerde stamoudste. Twaalf manen en vijf doodsdagen waren weer verstreken sinds de laatste zitting. De voortekenen waren gunstig: de geit had nagelaten zijn hok onder te schijten; het geofferde lam had slechts twee keer zachtjes geblaat, toen zijn tijd gekomen was; en de samoem was gaan liggen. Alles wees op een onbekommerde bijeenkomst. Een samenzijn. Zoals de missionaris Uda Ben Mirmad zo vurig gepredikt had, nadat hij de afgodsbeelden Pretentie en Streven omver geworpen had. Voordat hij ter dood werd veroordeeld.

Zulaika bediende de raadsheren die zich haar diensten lieten welgevallen. Staf Hermol keek met kleine kraaloogjes naar de stamleden, die, gehuld in traditionele klederdracht, de woorden van Chief Ktele zouden aanhoren. Het vuur werd verder opgestookt door staf Lwore, die daar zeer bedreven in was, maar gezien zijn eminente functie deze liefhebberij alleen als ritueel mocht uitvoeren. Staf Satle, de heer van het zingende ijzer, keek aandachtig toe, zijn gedachten ondoorgrondelijk als de naderende middernacht. En zoals altijd de regenmaker Zoewief, die een feestelijk varkensbotje door zijn neusschot had aangebracht. Een kleurrijk gezelschap, vergeleken met de onderdanen van het volk van de !Lsang.

Het was de dag van de Uitreiking van Kralen. De meest eminente strijders zouden naar voren geroepen worden ten aanschouwe van de massa. Lwore zou weer zijn jaarlijkse grap maken die tot een ondraaglijke stilte zou leiden, totdat de Chief het ritueel weer op gang zou brengen. Maar dit maal liepen de zaken anders dan verwacht. Geen grap maar een mini-coup, de verklaring dat hij, Lwore N'Tubo, zich niet bij regels zou neerleggen die hij zelf niet had ontworpen. De aanwezigen zuchtten diep en vroegen zich af of dit gedrag veroorzaakt werd door de verwesterlijking van de naburige stammen, waar de staf dikwijls de achterbuurten afstruinde. Veldwerk, noemde hij dat. Maar de wijze mannen schudden hun gegroefde hoofden en legden hem definitief, onder luid gejuich, het zwijgen op. Had Uda hen immers niet gewezen op de gevaren van de afwijkende stamleden? Wist iedereen niet dat alleen de norm bestaansrecht heeft? Had hij niet voorspeld dat zelfs in de woestijn de zaden van de vooruitgang tot bloei zouden kunnen komen?

Nu niemand zich meer over het vuur ontfermde nam de duisternis de bijeenkomst in haar ijzeren greep. Haastig werd deze dan ook afgesloten met kort dankwoord en een verkoold stuk kamelenlende, geserveerd in gortdroge doerrha-rijst en verdorde palmbladeren. Uda had het goed gezien: "Vele gedachten komen voort uit geen beweging, en geen gedachte leidt tot vele bewegingen." En dus werd zijn legendarische middagsdutje door de grote schare volgelingen dan ook gezien als het summum van meditatie, godsvrucht en verlichting. Zijn afwezigheid werd dan ook door velen gemist, zoals treffend door Hadji Al-Daia Bin Wahaza verwoord werd: "De grondig overdachte beweging waarmee hij zijn snor recht streek, toonde het superieure evenwicht van zijn geest." Aldus doofde het vuur en begon de duisternis.

Tekst: Serdaux

Achtergrond

Een verslag van de Algemene Ledenvergadering 1996. De schrijver had net iets gelezen over Afrikaanse stammen in de Okavangodelta. Staf Lwore, in het dagelijks leven Albert Lauer, was wedstrijdleider intern. Tijdens de vergadering werd aan hem gevraagd waarom hij een bepaalde regel niet wilde toepassen. Het antwoord was dat hij niet altijd regels wilde toepassen die niet door hem waren opgesteld.
Uda Bin Mirmad is natuurlijk een directe verwijzing naar Ruud Mieremet, visionair extraordinaire.