Captain: Adinda Serdijn

Verslagen:
Ronde 9: DD 2
Ronde 8: Utrecht 4
Ronde 7: HWP Haarlem
Ronde 6: ZSC Saende
Ronde 5: Philidor
Ronde 4: Leiderdorp
Ronde 3: Moerkapelle
Ronde 2: Rijswijk
Ronde 1: AAS 2

 

LSG Logo


KNSB 3E Eindstand 2006-2007

Klasse 3E Mp Bp 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1. Philidor Leiden1542 5 6 4 35
2.LSG 4 1542 3 47
3.ZSC-Saende 1341 26 4
4.HWP Haarlem 1142½ 4 6 6 6 5 5
5.Leiderdorp 1137 4 4 4 5 6
6.Rijswijk 9 35½5 42 4 5 4
7.DD 2 8 33½32 2 5
8.Moerkapelle 5 304 2 3 3 5
9.Utrecht 4 3 28½13 2 4 3 6
10.AAS 2 0 283 32

Ronde 9: Helaas helaas

12 mei, de laatste KNSB-ronde, en het had zo mooi kunnen zijn. We speelden voor het kampioenschap tegen DD 2 en onze concurrent Philidor speelde tegen AAS 2. Voor aanvang van de laatste ronde stonden we bij een gelijk aantal matchpunten een bordpunt voor op Philidor. Wel met de aantekening dat wij tegen een hoger geklasseerde tegenstander moesten dan Philidor, en dat bij een gelijke eindstand Philidor kampioen zou worden op basis van het onderlinge resultaat.

Aan de voorbereiding had het niet gelegen. We kregen zowaar steun van twee van onze eerste teamspelers, Edwin en Raoul. Bedankt heren! Edwin was deze dag onze teamleider en Raoul was spion bij de wedstrijd tussen Philidor en AAS 2. Dat trucje had Philidor trouwens zelf ook uitgehaald, meneer Pajcin was namens Philidor weer bij onze wedstrijd te vinden. Ach ja, zo kom je elkaar nog eens ergens tegen. Op zich wel handig dat we wisten hoe het wedstrijdverloop bij Philidor ging, we hoefden na de prognose van 6-2 voor Philidor tenminste geen valse hoop op het kampioenschap meer te koesteren.

Maar de wedstrijd begon heel goed. Toen we amper waren begonnen, werden bij Thomas Thissen de stukken alweer opgezet. Met Thomas' koning in het midden wel te verstaan. Thomas speelde, nu maar weer met zwart, aan bord 5 tegen Akshaya de Groot en had al gewonnen voor ik ook maar iets van zijn partij had kunnen zien. Gelukkig was Thomas zo vriendelijk om in de analyse na afloop zijn teamgenoten de kans te geven zijn partij, en zijn elegante slotcombinatie met damewinst, te laten bewonderen. Thomas is na een eindspurt van 3 uit 3 op een zeer verdienstelijke score van 5½ uit 9 geëindigd (1 - 0).

Topscorer Jeroen van der Linden

Aan bord 2 was Jeroen van der Linden - zie foto rechts - met zwart tegen oud-LSG'er Jacob Kort amper langer bezig. En dat terwijl de inderhaast opgetrommelde Jacob met 25 minuten tijdachterstand begon, omdat de opgestelde speler, Otto Rost van Tonningen, niet mee bleek te kunnen doen. Jeroen kwam zeer goed uit de opening wat resulteerde in pionwinst. Toen wit daarna nog een pion weggaf, hield zijn tegenstander het voor gezien. Jeroen heeft hiermee een uitstekende score van 7 uit 9 behaald en hoort hiermee tot de topscorers van klasse 3E. (2 - 0). Zijn partij.

Aan bord 3 speelde Adinda Serdijn met wit tegen de DD'se voorzitter Wim Vink en Adinda kwam - geheel tegen haar gewoonte in - prima uit de opening met heel veel aanvalsmogelijkheden. Sommige teamgenoten vonden dan ook dat ze had kunnen winnen, maar in de analyse werd geen sluitende winst gevonden. Wat niet wil zeggen dat die er niet inzat overigens, want we kwamen er wel vaak dichtbij. Toen de partij een gelijkstaand eindspel inging bood Wim remise aan, wat na overleg met teamleider Edwin werd aangenomen. Zij is op een score van 4½ uit 9 geëindigd, met maar liefst 5 remises in het seizoen (2½ - ½).

Daarna was het een beetje uit met de pret. Alleen Jeroen van de Weijer dacht gewonnen te staan. Verder was Geralt niet optimistisch over zijn winstkansen, had Marcel had een stukoffer om zijn oren gekregen en stond Chris nog iets beter. Aart leek af te stevenen op een remise.

Marcel Wubben speelde aan bord 5 met wit tegen Jan Willem Koelmans. Er leek weinig aan de hand tot Marcel een paardoffer op f2 over het hoofd zag. Op zich was het paardoffer niet goed, mits Marcel onderweg een paar torens zou ruilen. Toen hij dat verzuimde kon het mat alleen afgewend worden door materiaaloffers, waardoor Marcel later door zijn materiele achterstand verloor. Marcel is hiermee op 3½ uit 8 geëindigd. Met de winstpartij in LSG 3 meegerekend, kan hij toch nog bogen op een 50%-score (2½ - 1½).

Onze sterspeler Chris Roosendaal speelde aan bord 1 met wit tegen Remco de Waard. Chris had een betere stelling, maar zag een geniepigheidje over het hoofd die hem een pion kostte. Buitengewoon vervelend, omdat zwart hierdoor een vrije a- en b-pion kreeg die bijna niet waren tegen te houden. Ook een verdubbeling op de zevende rij van Chris' torens mocht niet meer baten. Jammer dat Chris zijn zeer goed verlopen seizoen met een nederlaag heeft afgesloten, maar hij heeft natuurlijk wel aan de hoogste borden een prima score van 6 uit 9 neergezet (2½ - 2½).

De partijen van Aart, Jeroen W en Geralt waren nog bezig. Omdat Edwin regelmatig contact had met Raoul over het verloop van de wedstrijd bij Philidor tegen AAS 2, wisten we dat we hier zoveel mogelijk punten uit moesten halen. Philidor leek keihard op een 6-2 overwinning af te stevenen. Een 4½ - 3½ overwinning zou voor ons dus niet genoeg zijn, we hadden echt meer bordpunten nodig.

Onze zevende bordspeler Aart van de Peut speelde met wit tegen invaller L.M.K. van der Sluijs. Aart stond best goed, maar liet helaas zijn stelling teveel vervlakken, omdat hij in de veronderstelling was geen enkel risico te mogen nemen. Nu liet hij een kans op (klein) voordeel liggen en was remise een feit. Aart eindigt hiermee op een score van 4 uit 9 (3 - 3).

Aan het staartbord speelde Jeroen van de Weijer met zwart tegen A. Lopiés. Na een prima stelling met een pion meer te hebben bereikt, dacht hij te gaan winnen. Dat dacht hij vast niet meer toen hij zijn dame had laten insluiten. Hij kreeg er nog wel een toren en stuk voor terug, en toen wit ook nog een pion weggaf, stond Jeroen eigenlijk weer beter. Hij zag alleen zelf niet dat hij degene was die op winst kon spelen, en was meer een vesting aan het bouwen. Wit hield hierop remise door eeuwig schaak. Jammer. De score van Jeroen is hiermee 3½ uit 8 geworden (3½ - 3½).

Nu was alleen onze vierde bordspeler Geralt Serdijn nog aan de gang, met zwart uiteraard. Hij speelde tegen Peter Monté en was lange tijd niet optimistisch over zijn winstkansen. Teamleider Edwin had -terecht- alle vertrouwen in Geralt en door stug doorschaken kwam hij ook steeds verder. Geralt bracht zijn tegenstander in de problemen en dwong hem tot een kwaliteitsoffer, waarbij beide partijen twee verbonden vrijpionnen verkregen. Een nog best spannende stelling, die echter door Geralt bekwaam werd uitgespeeld. Gezien de geringe belangstelling voor zijn partij had Geralt al begrepen dat Philidor sowieso al kampioen was geworden en dat zijn twee behaalde matchpunten hier geen verandering in zouden brengen. Wat natuurlijk niets afdoet aan de prestatie van Geralt, die hiermee eindigt op een score van 6 uit 9 (4½ - 3½).

Gekke bekken tijdens tramreis
Foto boven: vier van onze altijd koelbloedige teamspelers. Wat er ook gebeurt, en wat er ook op het spel staat, zij laten zich niet gek maken!

Tja, in het algemeen is er geen mooiere uitslag dan 4½ - 3½, maar in deze wedstrijd was een half bordpuntje meer toch wel zeer welkom geweest. Philidor heeft met 5½ - 2½ van AAS 2 gewonnen, wat inhoudt dat we op match- en bordpunten precies gelijk zijn geëindigd. Vervelender kan het voor ons eigenlijk niet, want Philidor wint hiermee het kampioenschap op basis van het onderlinge resultaat. In ieder geval wil ik onze Leidse vrienden hiermee feliciteren. En voor ons? Ja, we speelden aan het begin van het seizoen meer tegen degradatie dan voor het kampioenschap, maar nu we er zo dicht bij zijn geweest, is het toch jammer dat we geen eerste zijn geworden. En het was ook wel uniek geweest, als een vierde team van een vereniging tweede klasse KNSB zou spelen. Maar in ieder geval hebben we een leuk seizoen gedraaid, met een zeer gemotiveerd team dat bijna nooit invallers nodig had. En het was een heel gezellig team. Jammer dat het seizoen afgelopen is, het had voor mij best nog wel negen ronden mogen duren. In ieder geval wil ik alle teamspelers, invallers Joop en Quirinius, en Edwin en Raoul bedanken voor hun inzet en hulp. En misschien tot het volgende seizoen.

LSG 4DD 2 4½ - 3½
Chris RoosendaalRemco de Waard0 - 1
Jeroen van der Linden Jacob Kort 1 - 0
Adinda Serdijn Wim Vink ½ - ½
Geralt SerdijnPeter Monté 1 - 0
Marcel Wubben Jan-Willem Koelmans 0 - 1
Thomas ThissenAkshaya de Groot 1 - 0
Aart van de PeutL. van der Sluijs ½ - ½
Jeroen van de Weijer A. Lopiés ½ - ½

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 8: Het beste vierde team van Nederland

Eindelijk. Na jaren tegen degradatie te hebben moeten vechten, staat LSG 4 zowaar een keer bovenaan. Misschien werden we geïnspireerd doordat wij een heuse massakamp tegen Utrecht speelden. LSG 1, 2 en 4 mochten tegen de equivalente teams van Utrecht aantreden. En het ging goed. Alle matchpunten bleven achter in Leiden. Jammer voor onze tegenstanders trouwens die nu zeker zullen degraderen.

LSG 4 speelde tegen Utrecht 4. Dit feit was op zich al spannend genoeg. Er schaken maar twee vierde teams in de KNSB, te weten Utrecht 4 en LSG 4, dus we konden in dit rechtstreekse duel uitmaken wie het beste vierde team van Nederland was. Daarnaast hadden we nog vage kampioensaspiraties, omdat we maar één matchpunt minder hadden dan koploper Philidor. En Philidor moest tegen de jeugdige talenten van Leiderdorp, dus waren lang niet zeker van de overwinning.

LSG 4 grossiert inmiddels in 4½ - 3½ overwinningen. Helemaal niets mis mee, er gaat naar mijn persoonlijke mening niets boven een zwaarbevochten 4½ - 3½ uitslag, maar dit keer moesten we ook echt bordpunten binnenhalen. Ons doel was dus om met zo groot mogelijke cijfers te winnen om de aansluiting met Philidor te behouden. Daarnaast waren Chris en Jeroen van der Linden nog individueel in de race voor de topscorersprijs. Utrecht 4 daarentegen vocht tegen degradatie en zou derhalve wel extra gebrand zijn op de overwinning. Met een of twee matchpunten hadden ze nog alle kansen op behoud gehad, terwijl ze met verlies degradatie vrijwel zeker niet meer konden ontlopen.

Hoewel de teamleidster had aangedrongen op winst met grote cijfers, gaf ze zelf niet het goede voorbeeld. Adinda Serdijn stond aan bord 3 een tijdje minder tegen Eric Bies. Eric stond de hele partij actiever, maar Adinda had geen zwaktes in de stelling, waardoor Eric geen aanknopingspunten had. Toen de stelling genivelleerd was en de partij het toreneindspel in zou gaan, bood Eric remise aan. Na een blik op de andere borden, waar het wel goed leek te gaan, besloot ze het aanbod aan te nemen (½ - ½). Achteraf was het lastig te zeggen of dit de juiste beslissing was en of vrouwe Fortuna aan haar zijde stond. Enerzijds was zij op de hand van LSG 4, waar hierna de ene na de andere partij in winst eindigde, anderzijds was het bepaald geen Ladies' Day in het Denksportcentrum, waar door de zes schakende vrouwen in totaal niet meer dan één punt werd gescoord.

Ideale centrum in wording

Zoals gezegd stonden de andere LSG'ers goed. Dat bleek ook wel uit de uitslagen. Hierna volgde een hele serie winstpartijen. De uitslagen volgden elkaar zo snel op, dat ik niet helemaal weet of ik de volgorde nog juist weergeef. Maar ik denk dat Geralt Serdijn de eerste winstpartij op zijn naam schreef. Geralt speelde aan bord vijf met zwart tegen Floris van der Blom. Geralt kwam buitengewoon goed uit de opening, en kreeg op bijna alle centrumvelden een zwarte pion. Deze stonden namelijk op d4, e4, d5 en e6. De zet e6-e5 had de centrumbezetting vervolmaakt en deze zet had Geralt ook graag een keer willen uitvoeren. Het was daarom bijna jammer dat Geralt hiervoor de kans niet meer kreeg, omdat hij door een paardoffer een snelle weg naar winst vond (1½ - ½).

In het diagram rechts volgde 24... Pxg2!, waarna de witspeler opgaf. Na 25. Kxg2 Df3 26. Kg1 Dd1 27. f4 Dxb1 28. Tg2 Txf4! mag wit de dame geven om mat te verhinderen.

Ons verrassingswapen was deze keer Thomas Thissen ("Is het een grapje dat ik wit heb?"), die aan bord 4 tegen Marc Schwartz speelde. Thomas, die al jarenlang uitsluitend met zwart speelt, liet zien dat hij toch prima raad weet met de witte stukken. Na met een f4-opening zijn tegenstander de indruk te hebben gegeven dat hij een makkelijk hapje was, besloot deze makkelijke prooi eerst maar eens een pion op a5 te winnen. Dan sta je die maar alvast voor zal Thomas gedacht hebben. Zijn tegenstander slaagde er hierop briljant genoeg in om zijn witveldige zwarte loper achter Thomas' pionnenketen b5, c4, d3 en e2 te verschuilen. Wat de loper daar te zoeken had was niet duidelijk, maar in ieder geval was het grappig voor retrogradeschaakliefhebbers. Thomas besloot maar op de koningsstelling te spelen en te doen alsof hij een stuk meer had. Hij won een kwaliteit die hij later weliswaar weer moest teruggeven, maar het nadeel was dat zwart met de opgesloten loper bleef zitten, terwijl Thomas' paard rustig langs de zwarte pionnen kon grazen (2½ - ½).

Kopman Chris Roosendaal, die behalve voor het teambelang ook voor zijn eigen eer (topscorer in onze klasse) speelt, zat met zwart tegenover Jeffrey van Renswoude. De partij verliep voor Chris eigenlijk van een leien dakje. Niets op aan te merken. Na een wat onorthodoxe openingsbehandeling van wit, kwam Chris geruisloos in een gelijk lopereindspel met een pion meer terecht. Dat werden al snel twee pionnen meer, waarna zijn tegenstander opgaf (3½ - ½).

Marcel Wubben

De overgebleven partijen gingen nu de tijdnoodfase in. Gelukkig gebeurden er voor ons geen gekke dingen. Onze zevende bordspeler, Marcel Wubben - hier rechts in de weer met de platte schijven - , was met zwart tegen Sten Goes ondanks zijn pionwinst volgens eigen zeggen slecht uit de opening gekomen. Het was inderdaad een leuke partij voor de toeschouwers, waarin wit veel aanvalskansen had. Marcel hield echter het hoofd koel en veroverde de kwaliteit, wat later resulteerde in een toren voorsprong. Wit had hier nog wat aanvalskansen, die echter prompt te niet werden gedaan toen Marcels tegenstander in tijdnood ook nog zijn dame weggaf (4½ - ½). De partij. En ongemerkt zijn de matchpunten binnen, wat overigens niet wil zeggen dat het hier al uit was met onze pret.

Jeroen van der Linden maakte zich vooraf een beetje zorgen over zijn verwachte tegenstander aan bord 2, Wesley Vermeulen. Jeroen zag inderdaad Wesley tegenover zich plaatsnemen, maar in de partij bleek Jeroen verrassend weinig moeite te hebben met dit jonge talent. Hij stond de hele partij heel goed en zette dit om in kwaliteitswinst. Ondanks taai en tactisch verdedigen van Wesley, bleef zijn stelling verloren (5½ - ½). Net zoals Chris is Jeroen met een score van 6 uit 8 nog in de race voor de topscorerspositie.

Ook de andere Jeroen (van de Weijer) had wel zin in een overwinning. Na de vorige ronde een zware partij aan het derde bord gespeeld te hebben, mocht hij deze keer uitrusten aan bord 8 waar hij met wit tegen Stefan Vosshard speelde. Het ging eigenlijk al de hele partij goed, maar in de tijdnoodfase ging hij er echt dwars doorheen. Jammer dat tijdnoodfases altijd zo kort duren, want Jeroen had vast uitgebreid willen genieten van zijn stelling met witte pion op f7 waarin hij een volle dame won (6½ - ½).

Waren de spelers tot nog toe vroeg klaar, Aart ging nog even door. Evenals in de vorige ronde was Aart van de Peut als laatste bezig. Aart zat aan bord 6 tegen Harm Theo Wagenaar lang te ploeteren voor zijn halve punt. Nadat Aarts remiseaanbod was afgeslagen verloor hij een pion, waardoor hij het eindspel van toren en loper tegen toren, paard en pion moest verdedigen. Op zich moest het eindspel wel remise te houden zijn, maar de vrees bestond dat Aart in erge tijdnood zou komen en hierin de partij misschien weg zou geven. Gelukkig gebeurde dit niet en haalde Aart de remise op het droge (7 - 1).
7 - 1???
7 - 1!!!
Onze grootste overwinning van het seizoen.

Het prestigeduel voor het beste vierde team van Nederland hebben we hiermee ruimschoots in ons voordeel beslist. En aangezien Philidor niet verder kwam dan een gelijkspel tegen Leiderdorp, blijft deze uitslag ook voor de stand in onze poule niet zonder gevolgen. We staan zowaar - wie had dat kunnen denken - eerste in onze poule. Weliswaar hebben we niet meer dan een bordpunt voorsprong op de nummer twee Philidor, maar in ieder geval tot aan de volgende ronde kunnen we van onze nieuwe positie genieten. Een blik op de stand in onze poule leert trouwens dat we minimaal derde gaan worden, aangezien de twee teams die op twee matchpunten achterstand staan, Leiderdorp en ZSC Saende, de volgende ronde tegen elkaar spelen. Philidor ontvangt AAS 2 en wij mogen afreizen naar DD 2. Een spannende slotronde dus.

LSG 4Utrecht 4 7 - 1
Chris RoosendaalJeffrey van Renswoude 1 - 0
Jeroen van der Linden Wesley Vermeulen 1 - 0
Adinda Serdijn Eric Bies ½ - ½
Thomas ThissenMarc Schwarz 1 - 0
Geralt Serdijn Floris van der Blom 1 - 0
Aart van de PeutHarm Theo Wagenaar ½ - ½
Marcel WubbenSten Goes 1 - 0
Jeroen van de Weijer Stefan Vosshard 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 7: We blijven in de achtervolging

We hebben alweer de zevende KNSB-ronde achter de rug. De tijd vliegt als je het naar je zin hebt. Deze keer speelden we tegen Het Witte Paard uit Haarlem. Dit is een sterk team, waarvan de drie beste spelers een rating boven de 2100 hebben. De topscorerslijst van poule 3E werd dan ook door twee van deze 2100-spelers aangevoerd, te weten door René Duchêne met 5½ uit 6 en Bart Gijswijt met 5 uit 6. De LSG-punten zouden volgens verwachting dus vooral aan de andere borden gemaakt moeten worden.

Een blik op de stand in onze poule leerde dat Het Witte Paard een bordpunt meer had dan LSG, maar desalniettemin vier plaatsen lager stond op twee matchpunten achterstand. In een poule als de onze, waar de schaakkracht van de teams elkaar niet veel ontloopt, kunnen echt elk matchpuntje en bordpuntje van belang zijn.

Aangezien we niet meer kunnen degraderen houden we onze blik nu uitsluitend naar boven gericht. Daar zagen we alleen Philidor nog maar staan, waarvan we helaas al hebben verloren. We hebben de eventuele kampioenskansen dus niet meer in eigen hand, maar dat neemt niet weg dat we elke wedstrijd uiterst gemotiveerd zijn.

Op 24 maart speelden we dus tegen Het Witte Paard. We speelden uit, in een zaaltje dat gedeeld werd met het eerste team van Heemstede. Een gezellig zaaltje, maar erg rumoerig, mede door het analysehoekje in de speelzaal. En een wedstrijdleider die vond dat er niet veel te doen viel aan het rumoer. De geïrriteerde sssssssst!-geluiden van de spelers waren dan ook niet van de lucht.

De wedstrijd zelf leek voortvarend van start te gaan. In vogelvlucht leek het dat Chris beter stond, Aart een goede stelling had en Marcel een pion voorstond. Jeroen van der Linden was aan bord 4 degene die het eerste klaar was. Na een paar witbeurten liet hij zien dat hij ook met de zwarte stukken een geduchte tegenstander is. Hij overspeelde zijn tegenstander René in't Veld al vanuit de opening en de lang gerokeerde koning werd vervolgens hard ge-alijnd. Toen ik even niet oplette, stond Jeroen opeens ook nog een dame voor. Dat vond zijn tegenstander ook wel een beetje veel van het goede (1 - 0).
Oordeel zelf.

Jeroen van de Weijer

Onze andere Jeroen, derde bordspeler Jeroen van de Weijer - zie foto -, bracht hierop de stand weer in evenwicht. Nadat een remiseaanbord van Jeroen door Max Merbis werd geweigerd, besloot Jeroen daarom de egelstelling van zijn tegenstander hard aan te pakken. Helaas blies hij met deze actie vooral zijn eigen koningsstelling op, waardoor zijn monarch opeens bezoek kreeg van enkele zwarte stukken. Gezellig voor zijn koning, maar minder gezellig voor Jeroen (1 - 1).

Nu komt een ongeluk zelden alleen, maar nu was het bord waaraan de narigheid een vervolg kreeg nogal verrassend. Het volgende verliespunt viel namelijk aan bord 2. Onze taaie zwartspeler Geralt, die al ongeveer zestien KNSB-partijen op rij ongeslagen was, kwam opeens vertellen dat hij verloren had van Bart Gijswijt (1 - 2). Verwondering alom. Om niet nog meer zout in de wonden van haar teleurgestelde echtgenoot te strooien, besloot Adinda aan bord 5 Geralt niet de loef af te steken met een overwinning. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want Adinda had zo'n beetje de hele partij gewonnen gestaan en het viel niet mee om haar stelling nog om zeep te helpen. Maar waar een wil is, is een weg en Adinda wist met vakkundig spel haar gewonnen positie om te buigen tot een remisestelling (1½ - 2½).

Tja, alles goed en wel, maar we stonden nu wel achter en het zag er op dit moment niet zo rooskleurig uit voor LSG. We moesten onze achterstand nog gaan ombuigen naar een voorsprong en Aart stond inmiddels een pion achter.

Maar eerst trok kopman Chris Roosendaal de stand gelijk. Hij speelde tegen René Duchêne die met 5½ uit 6 de topscorer van klasse 3E was. Het respect bleek deze keer toch bij René te liggen, want na zo'n 18 zetten bood hij aan het punt te delen. Na kort overleg met zijn teamleidster "eigenlijk vind ik dat ik veel beter sta", sloeg hij gedecideerd dit remiseaanbod af. Misschien stond hij nog niet zo goed als hij op dat moment dacht, kansrijk stond hij in ieder geval wel. Vele zetten later kwam Chris in een eindspel terecht met lopers van gelijke kleur en een pion meer. Dat werden al gauw twee pionnen en toen was ook het punt binnen ( 2½ - 2½).

Marcel Wubben speelde aan bord 8 tegen competitiemedewerker - verantwoordelijk voor de uitslagen - Koos Stolk. Marcel had dus een dubbele taak. Hij moest ten eerste zijn partij zo goed mogelijk spelen, ten tweede moest hij zijn tegenstander te vriend houden, want je weet maar nooit welke uitslag er wordt doorgegeven :) Marcel stond na een Frans' vleugelgambiet met zwart de hele tijd een pion voor. Na een mislukte koningsaanval van wit, gingen de vrijpionnen op de damevleugel erg hard en moest Koos er een stuk voor geven. Daarna had Marcel er weinig moeite meer mee (3½ - 2½).

Thomas Thissen

Onze matchpuntenhoop was nu gevestigd op onze vijfde bordspeler Thomas Thissen - zie foto. Thomas is zo gewaardeerd binnen ons team, dat de teamleidster voor deze Rotterdamse sterspeler een exclusieve oproep op de website had geplaatst. En dat had hij ook verdiend, zo bleek wel, want Thomas was weer eens de matchwinnaar. Thomas had tegen Hendrik Jan Gabriëls al een tijd een goede stelling door de dubbele f-pion van wit, maar hij tikte het daaropvolgende toreneindspel met 2 tegen 1 pion wel heel soepel uit (4½ - 2½).

We hadden hier dus al gewonnen, maar dat bleek Aart van de Peut aan bord 7 nog te zijn ontgaan. Aart had tegen Tjerk Sminia een pion geofferd voor een aanval die helaas niet doorsloeg. Zwart ging gewoon op zijn pion zitten en het latere dame-paard eindspel met een pion minder was toch wel buitengewoon onaangenaam voor Aart. De balende Aart vertelde achteraf dat hij in een onlangs verloren partij een soortgelijk 'mislukt' pionoffer had gepleegd, en zich nu voor de tweede keer aan deze steen gestoten had. Aart speelde voor wat hij waard was, maar kon de partij helaas niet meer redden (4½ - 3½). Om na zijn nederlaag tot zijn verrassing te horen dat ons team gewonnen had.

Goed, wij hebben gedaan wat we konden. Philidor heeft ook gewonnen en blijft de ranglijst aanvoeren, daar hebben wij verder geen invloed meer op. Wel prijken nu de namen van twee LSG 4-spelers in de topscorerslijst met een score van 5 uit 7. Jeroen L en Chris, goed gedaan!

In de volgende ronde spelen we tegen het vierde team van Utrecht. Dan zijn we zeer gemotiveerd, want deze wedstrijd heeft een extra dimensie. We gaan dan namelijk in een rechtstreeks duel bepalen wie het beste vierde team van Nederland is. LSG 4 of Utrecht 4? Kortom, alle verloven zijn ingetrokken, we gaan in extra training en op 21 april zit LSG 4 op volle oorlogssterkte in het denksportcentrum. En we gaan allemaal naar de kapper voor het geval het NOS-journaal langskomt.

LSG 4HWP Haarlem 1 4½ - 3½
Chris Roosendaal René Duchêne 1 - 0
Geralt Serdijn Bart Gijswijt 0 - 1
Jeroen van de Weijer Max Merbis 0 - 1
Jeroen van der Linden René in't Veld 1 - 0
Adinda Serdijn Harry Lips ½ - ½
Thomas ThissenHendrik Jan Gabriëls 1 - 0
Aart van de PeutTjerk Sminia 0 - 1
Marcel WubbenKoos Stolk 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 6: Weer in de race

Zat LSG 4 vorig jaar bijna het hele seizoen tegen degradatie te vechten, dit jaar is het na tweederde van het seizoen al zeker dat we veilig zijn. LSG 4 staat nu op 9 matchpunten na een 4½ - 3½ overwinning op het sterke ZSC-Saende. Vooraf hadden we al gedacht dat deze partij voor het tussenklassement van grote invloed zou zijn. Bij een overwinning op ZSC-Saende zouden wij de tweede plaats van hen overnemen, maar wij voelden aan de andere kant ook de hete adem van achtervolgers Leiderdorp en Rijswijk in onze nek. Bij een verlies zouden we voorlopig ver teruggeworpen kunnen worden. Dat bleek achteraf ook uit de huidige stand in onze poule. Dankzij onze overwinning staan we nu weer op de tweede plaats, terwijl we bij een verlies met de zesde plaats genoegen hadden moeten nemen.

Onze overwinning was geeneens geflatteerd. Eigenlijk kwam de teamzege heel regelmatig tot stand. De wedstrijd begon met een remise aan bord 3 van Geralt Serdijn tegen Edwin Woudt. Na afloop bleek dat beide spelers bij de analyse tot de conclusie waren gekomen dat ze te voorbarig tot remise hadden besloten (vice versa opmerkingen: Oh, was jij die van plan? Dan had ik nog wel doorgespeeld). Maar goed, voor beide teams was hiermee de nul van het scorebord verdwenen. (½ - ½)

Daarna begon het echte werk. Aan bord 6 kwam de eerste overwinning tot stand. Jeroen van de Weijer speelde tegen Dennis Rosegg een prima partij. Tussen het schaken en het Chinezen in, had Jeroen zijn partij op de computer bekeken en daaruit bleek dat Jeroen steeds de optimale zet had gedaan. Jeroen was zo snel klaar dat niemand er echt van had kunnen genieten, maar omdat Jeroen ons dit plezier niet wilde ontnemen, kunt u zijn partij hier later naspelen. Zie link onderaan het verslag. (1½ - ½)

Zetdwang

Gelijk erna gaf de tegenstander van Adinda Serdijn - Yuri Eijk - op. Het gebeurt niet zo heel vaak dat in een materieel gelijke stelling - zie diagram rechts - wordt opgegeven, maar dit was ook wel een buitengewoon vervelende slotstelling voor Yuri. Hij was met nog twee torens en een paard op het bord, beland in een patstelling waarbij hij geen enkel stuk kon bewegen zonder iets weg te geven! Erger nog was dat deze patstelling tot in de lengte van dagen niet op te heffen viel zonder een stuk te verliezen. Zie het diagram. Ik had zelf bedacht met mijn koning naar de damevleugel te kuieren en daar langzaam de pionnen op te gaan eten, maar Albert opperde na afloop het briljante winstplan Kg1- h1- g1- h1, waarbij zwart dan de keuze heeft tussen zijn paard gelijk weg te geven, of eerst zijn pionnen zover op te spelen tot ze geslagen gaan worden. (2½ - ½). Nimzowitsj had tegen Aljechin trouwens ooit een dergelijke keuze. Voor beide partijen zie link onderaan het verslag.

Helaas was het nu de beurt aan ZSC-Saende om een punt te scoren. Marcel Wubben speelde aan bord 4 tegen Mark Grondsma en zei al vroeg in de partij dat, mocht het ons niet zijn opgevallen, hij slecht stond. Nu viel dat volgens uw verslaggeefster nog wel mee, omdat toen zij een blik wierp op de stelling Marcel twee pionnen meer had. Navraag bij Marcel leerde dat hij zo slecht stond, dat zijn tegenstander zelfs nog best goed bleef staan toen hij een pion had weggegeven. Hierna gaf Mark nog een pion weg, en dit bleek toevallig nog best sterk te zijn, al stond Marcel vast wel ergens gewonnen. Maar dat stond hij niet meer toen hij een geniepige torenzet over het hoofd zag. In de eindstelling kon Marcel kiezen uit verschillende matvarianten. Matvarianten waarin hij zelf mat zou gaan wel te verstaan (2½ - 1½).

Onze tweede bordspeler Jeroen van der Linden speelde tegen topscorer van klasse 3E Erik Janssen aanvankelijk een prima partij. In ieder geval ging het in het begin goed. Later kwamen de zwarte stukken steeds beter te staan, en had Jeroen alleen de pech dat hij toevallig achter de witte stukken zat. Net toen zwart serieus kon proberen een constructief winstplan te bedenken, dacht hij dat hij de weg naar de eeuwige roem al had gevonden. Hij had berekend dat hij door een dameoffer Jeroen mat kon zetten. Gelukkig zat er een lek in deze variant, waardoor Jeroen met eeuwig schaak kon ontsnappen (3 - 2). Dat geluk had Thomas Thissen aan bord 5 nou net weer niet. Thomas dwong vanuit een degelijke stelling zijn tegenstander Albert Toby tot een kwaliteitsoffer. Het vervelende voor Thomas was dat dit kwaliteitsoffer ook meteen winnend was (3 - 3).

Onze kracht zat deze keer in onze staartborden. Daar ging het deze keer uitstekend. De LSG-spelers aan bord 6 en 8 hadden al gewonnen, en nu was het dan eindelijk de beurt aan bord 7 waarachter Aart al urenlang zat te genieten van zijn stelling. Zijn tegenstander - B. van den Bergh - probeerde in een mindere stelling teveel op complicaties te spelen, en Aart strafte dit hardhandig af. Het toreneindspel met eerst een en toen twee pionnen meer werd vakkundig en met plezier door Aart uitgetikt (4 - 3).

Tweede matchpunt in de maak

Als laatste was kopman Chris Roosendaal nog bezig. Hoewel ik zijn partij twee keer heb gezien, een keer in het echt en een keer in de analyse, kan ik er door de vele mogelijkheden en onverwachte voortzettingen geen goed oordeel over vellen. In de analyse achteraf leek de stelling heel goed te zijn voor Chris. Feit is dat tegenstander Cor van Dongen een stuk had geofferd voor aanval en dat dit best kansen bood. Hij speelde niet optimaal, waardoor Chris met dame en loper een tegenaanval op kon zetten. Het remiseaanbod van Cor van Dongen werd in eerste instantie door Chris geweigerd, maar gezien de stand van 4-3 kon Chris geen al te gekke dingen doen, en toen er geen mat in leek te zitten besloot Chris te berusten in eeuwig schaak (4½ - 3½).

Aangezien koploper Philidor verrassend verloor van Rijswijk, staan we tweede na deze overwinning. Dit komt mede door de uitermate efficiënte verdeling van onze bordpunten over de wedstrijden. Zouden we op bordpunten op een gedeelde vierde tot en met zesde plaats staan, door onze drie 4½ - 3½ overwinningen staan we op matchpunten ongedeeld tweede! Waaruit maar weer blijkt dat een 4½ - 3½ overwinning inderdaad de mooiste uitslag is die je je kunt wensen.

De partijen kunt u naspelen.

LSG 4ZSC-Saende 1 4½ - 3½
Chris Roosendaal Cor van Dongen ½ - ½
Jeroen van der Linden Erik Janssen ½ - ½
Geralt Serdijn Edwin Woudt ½ - ½
Marcel Wubben Mark Grondsma 0 - 1
Thomas Thissen Albert Toby 0 - 1
Jeroen van de Weijer Dennis Rosegg 1 - 0
Aart van de PeutB. van den Bergh 1 - 0
Adinda Serdijn Yuri Eijk 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 5: Weer terug op onze plaats

Na een winterslaap van anderhalve maand, waarin we van onze tweede plaats konden genieten, mochten we deze keer weer vol aan de bak. LSG 4 speelde een Leidse derby tegen het eerste team van Philidor. Het sterke Philidor stond eerste, maar bij een overwinning van LSG zouden wij de koppositie van hen overnemen. We speelden in principe een uitwedstrijd, maar Philidor speelt, net als LSG, in het Denksportcentrum. Dit had het grappige gevolg dat we het Denksportcentrum nu eens van een andere kant konden zien. We waren deze keer niet omringd door de andere LSG-teams, maar konden genieten van het edele damspel en onze banden met de spelers van schaakclub Oegstgeest eens aanhalen.

Het is deze week Philidorweek voor LSG. Naast LSG 4 spelen zowel LSG 7 (afgelopen dinsdag) als LSG 5 (komende maandag) tegen deze club. LSG 7 had op onze clubavond van afgelopen dinsdag het goede voorbeeld gegeven door Philidor 4 met grote cijfers te verslaan. Wij hoopten natuurlijk dit voorbeeld te volgen.

Jeroen van der Linden

De wedstrijd begon in lichte ongerustheid, omdat op het aanvangstijdstip van 13.00 nog niet alle LSG'ers aanwezig waren. Ondanks dat wij in onze thuiswedstrijden gewend zijn om om 12.00 te beginnen, leverde het latere aanvangstijdstip van vandaag toch nog problemen op. Blijkbaar wilden sommigen zich de kans om nu eens extra uit te slapen, niet laten ontgaan. Dankzij het onthaal van de Philidortoeschouwers - die sportief ons ook succes wensten - en het uitgebreide woord van welkom van de teamleider, zaten op het moment dat de klokken aangezet werden alle LSG-spelers inmiddels achter hun bord.

Bij het oplezen van de opstellingen bleken de Philidorspelers zowaar een licht tactische opstelling te hebben ingenomen. Hun kopman Ad van den Berg zagen we opeens twee borden lager zitten, terwijl middenbordspeler Piet Bakker vandaag aan het zevende bord plaats nam. Zelf hadden we ook een wijziging in de opstelling. Omdat Jeroen van de Weijer niet kon spelen, werd ons team deze keer gecompleteerd door interne competitiekoploper Quirinius van Dorp. Quirinius maakte nog maar eens duidelijk waarom hij in de interne competitie bovenaan staat. Hij zette puntenkanon Wim Vriend binnen twee uur spelen gedecideerd van het bord. In een waarschijnlijk toch al gewonnen stelling voor Quirinius, won hij door een truc ook nog een stuk.

De tussenstand werd helaas al snel in evenwicht gebracht door een verliespartij aan het derde bord van Jeroen van der Linden tegen Ad van den Berg. Jeroen had een verkeerd ingeschat stukoffer gebracht, en toen deze hem niet opleverde wat hij ervan hoopte, gaf hij teleurgesteld op.

Hierna volgden er een tijd geen uitslagen meer. Wel werd duidelijk dat veel LSG'ers niet zo lekker stonden. Thomas stond moeizaam, Geralt liep te mopperen over zijn stelling, Adinda kampte met een nadeeltje en Aart zat opeens met de materiaalverhouding van toren en paard tegen dame.

Marcel Wubben had aan bord 5 steeds een hele goede stelling. Marcel dacht dan ook dat hij van Ton Kohlbeck zou gaan winnen als hij niet in slaap zou vallen. Dat was dan blijkbaar toch gebeurd, want met een paar mindere zetten verspeelde hij zijn voordeel. De balende Marcel was al bang dat hij zijn slechte zettenreeks zou continueren, en was blij dat hij de vrede kon tekenen. Zijn buurman Geralt Serdijn vond dit blijkbaar ook wel een goed idee. Hij speelde aan bord 4 tegen Harry van Vliet en zag op een gegeven moment geen winstplan meer. Aangezien zijn - toch verdienstelijk pianospelende - tegenstander ook geen muziek meer zag in zijn stelling, werd besloten het punt te delen.

Aan bord 6 verging het Adinda Serdijn wat minder plezierig. Tegen Willem-Jan van Briemen speelde ze een moeizame partij, die waarschijnlijk wel een hele tijd binnen de remisemarge heeft gezeten, maar lastig te verdedigen bleef. Toen Adinda de keuze had tussen haar dame weggeven en een pion verliezen, koos ze voor het eerste en kon gelijk opgeven. Thomas Thissen was aan het tweede bord ook niet blij. Hij speelde de opening niet optimaal, en vond in Nico Kuijf een te sterke tegenstander om weer terug in de partij te komen. Thomas' eerste probleem, het halen van de veertig zetten, werd nog wel opgelost, maar zijn tweede probleem, standhouden, niet.

Kopman Chris Roosendaal speelde tegen Herman van Halderen, die met een score van maar liefst 4 uit 4 de topscorerlijst van klasse 3E aanvoerde. Deze keer was Herman gepromoveerd naar het eerste bord van Philidor, en het moet worden gezegd dat Herman een veelbelovende stelling verkreeg. Misschien werd hij uit zijn evenwicht gebracht door het creatieve spel van Chris (let vooral op de paardmanoeuvre van e5 naar d3 naar c1). Herman speelde hierop in zijn enthousiasme zijn stukken te ver naar voren, en hield geen rekening met tegendreigingen van Chris, die met een tegenoffensief materiaal en de partij won.

Inmiddels stond de tussenstand van 3-4 op het scorebord. Dit lijkt eerlijk gezegd spannender dan het was, want de nog bezig zijnde partij tussen Aart van de Peut en Piet Bakker aan het zevende bord beloofde weinig goeds voor LSG. Aart zat een stelling te verdedigen met de materiaalverhouding van toren en paard voor Aart, en dame en twee pionnen voor zijn tegenstander. Zelfs een tactisch remiseaanbod (met remise had Philidor de wedstrijd al gewonnen), leek niet op zijn plaats. Het moet worden gezegd dat Aart zijn huid duur verkocht, maar de stelling was gewoon niet meer te redden (3-5).

Dat was het dan weer. Onze kleine koplopersaspiraties kunnen voorlopig weer helemaal in de ijskast, en we staan nu bovenin de middenmoot. Voor de volgende ronde staat er weer een zware wedstrijd op het programma, en wel die tegen ZSC-Saende. Voor wat betreft de Philidorweek: hopelijk is LSG nu weer aan de beurt om te winnen en vergaat het LSG 5 maandag tegen Philidor 2 beter.

LSG 4Philidor 1 3 - 5
Chris Roosendaal Herman van Halderen 1 - 0
Thomas Thissen Nico Kuijf 0 - 1
Jeroen van der Linden Ad van den Berg 0 - 1
Geralt Serdijn Harry van Vliet ½ - ½
Marcel Wubben Ton Kohlbeck ½ - ½
Adinda Serdijn Willem-Jan van Briemen 0 - 1
Aart van de Peut Piet Bakker 0 - 1
Quirinius van Dorp Wim Vriend 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 4: Op naar de tweede plaats

Zaterdag 16 december vond de vierde en laatste KNSB-ronde van dit jaar plaats. In plaats van om vijf voor twaalf uur de speelzaal binnen te komen rennen, was deze keer onze aanloop naar de wedstrijd wat subtieler. Jeroen van der Linden heeft zijn schaakcarrière namelijk een nieuwe impuls gegeven door te verhuizen naar een woning met uitzicht op het Denksportcentrum, en had zijn teamgenoten voor de wedstrijd uitgenodigd om hiervan mee te profiteren. Vanuit zijn nieuwe stulpje kregen we, onder het genot van koffie en versnapering, een uur de tijd om alvast het Denksportcentrum aan de buitenkant in ons op te nemen. Een en ander natuurlijk in de hoop dat dit ons inspiratie zou bieden voor de activiteiten aan de binnenkant van dit Denksportcentrum.

Aart van de Peut

Voor aanvang van deze wedstrijd stonden we op de derde plaats. We speelden tegen de sterke (jeugd-)schakers van Leiderdorp, die voor aanvang van de ronde een half bordpunt en een plaats boven ons stonden. Na vorig jaar bijna het hele seizoen in degradatiegevaar te hebben verkeerd, speelde LSG 4 in deze wedstrijd zomaar een duel om de tweede plaats. Wie had dat vorig seizoen kunnen denken?

Hoewel onze Leiderdorpse tegenstanders waarschijnlijk dichterbij het Denksportcentrum wonen dan de gemiddelde LSG 4'speler, waren er op het aanvangstijdstip van 12.00 echt nog maar drie tegenstanders aanwezig. Door de wel aanwezige Leiderdorpers werd al gevreesd werd dat de rest pas om 13.00 binnen zou komen wandelen, maar gelukkig voor hen zaten tien minuten later hun overige teamgenoten ook achter hun bord.

Dat duurde trouwens niet al te lang, want na twee uur spelen was de eerste partij al voorbij. De score werd aan het staartbord geopend door Adinda Serdijn die hiermee haar eerste overwinning van het seizoen boekte. Nadat haar tegenstander, Ivo Lucas, door een fout een pion had weggegeven, leek zijn hele verzet gebroken. In plaats van dat hij met rechte rug zijn huid zo duur mogelijk probeerde te verkopen, speelde hij a tempo zijn zetten en werd hij bijna niet meer achter zijn bord waargenomen. Door zijn gebrekkige concentratie werd zijn pion achterstand in een mum van tijd omgezet in een kwaliteit minder, en kwamen zijn stukken ook nog op slechte velden terecht. Toen dameruil onafwendbaar was geloofde hij het wel en legde zijn koning om (1 - 0).

Een rondje in vogelvlucht langs de borden liet zien dat het wedstrijdverloop nog alle kanten op kon gaan. Thomas had aan bord 1 een stuk geofferd en had een lastig te beoordelen stelling. Chris stond goed, Geralt liep te mopperen dat hij slecht stond, Jeroen van der Linden had een pion meer, Jeroen van de Weijer stond slecht, Marcel had een grote tijdsachterstand en Aart stond prima.

Aan het zesde bord kreeg Marcel Wubben in Edwin Poels een andere tegenstander dan op wie hij zich had voorbereid en zag zich genoodzaakt op een pionoffervariant in te gaan die hij liever niet had willen spelen. Hij investeerde hier veel tijd in en het leek ook wel goed te gaan totdat Marcel - in aankomende tijdnood- een lastige keuze moest maken. Marcel zei later dat hij sowieso een gelijke stelling had kunnen bereiken, maar met een bepaald kwaliteitsoffer zelfs heel goed had kunnen komen te staan. Hij koos in deze kansrijke stelling echter voor een kwaliteitsoffer dat verliezend was (1 - 1).

Veel beter verging het Aart van de Peut - zie foto hierboven - aan bord 7. Optisch leek de stelling ongeveer gelijk te staan, maar een diepere blik op de stelling leerde dat de witte stukken van tegenstander Joost Vermeend moeite hadden om goede velden te vinden. Het viel niet mee om een constructief plan te bedenken en Joost, die het blijkbaar ook allemaal niet meer zo zag, besloot om zich niet langzaam weg te laten schuiven. Hij gooide de knuppel in het hoenderhok en besloot tot een paardoffer. Helaas bleken hiermee de witte problemen niet opgelost, en was het enige verschil met voorheen dat Aart nu ook nog een stuk meer had. Toen al Aarts stukken de vijandige stelling kwamen binnenwandelen hield Joost het dan ook graag voor gezien (2 - 1).

De partij van onze kopman Thomas Thissen was weer vermakelijk voor de toeschouwers. Jammer alleen dat het voor hemzelf wat minder plezierig was. Thomas offerde tegen Arjen van Splunter al snel een stuk, waar hij te weinig compensatie voor kreeg. Thomas kreeg toen de keuze om óf lijdzaam te verliezen met een stuk minder, óf het stuk terug te winnen door zijn eigen koningsstelling helemaal op te blazen. Omdat hij met een stuk minder sowieso geen kans had, besloot hij het maar te gokken. Een paar zetten later zagen we een stelling waarin de koning zich dapper voor zijn onderdanen had opgesteld, maar daar wel erg bloot stond voor allemaal schaakjes. Dit was niet meer droog te houden (2 - 2).

Gelukkig verging het Jeroen van der Linden, aan het vierde bord spelend tegen Onno Verbaken, beter. Hij speelde een sterke partij en had al snel een pion gewonnen met bovendien een prima stelling. Toen zijn tegenstander zijn stukken wat onhandig posteerde, kon Jeroen een toren pennen en winnen. Dit betekende het einde van de partij (3-2).

Tweede bordspeler Chris Roosendaal was de volgende die ons puntentotaal verhoogde. Slachtoffer was de Leiderdorpse topscorer Niels van Splunter dit tot nog toe geen punten had laten liggen. Afgaande op de mimiek van de spelers leek Niels zijn 100%-score te behouden, want het leek alsof Chris verschrikkelijk zat te balen. De ongelukkig kijkende Chris zat de hele tijd hoofdschuddend achter zijn bord, terwijl zijn stelling er naar de bescheiden mening van uw verslaggeefster toch prima uitzag. Chris' gezichtsuitdrukking strookte gelukkig niet met zijn zetten, want hij voerde de ene krachtzet na de andere uit en bracht de vijandelijke monarch in onoverkomelijke problemen. (4 - 2).

Iemand die wèl alle reden had om ongelukkig te kijken was vijfde bordspeler Jeroen van de Weijer. Hij kreeg tegen Marc Roozendaal een wel zeer dubieuze stelling waarbij hij een pion minder had en zijn koning helemaal op de tocht stond. Het speelde voor zijn tegenstander helemaal vanzelf en Jeroen moest materiaal blijven inleveren. Op een gegeven moment stond hij een kwaliteit en twee pionnen achter, en werd hij ook nog eens gedwongen tot dameruil. Hij speelde het eindspel dapper verder, maar er was echt geen houden meer aan (4 - 3).

Als laatste was Geralt nog bezig aan bord 3 tegen Luuk van Rijn. Liep Geralt eerder nog te klagen dat hij slecht stond, inmiddels had hij een prima toren/loper eindspel bereikt. Geralts loper was beduidend sterker dan zijn witte collega, en de zwarte koning en toren stonden ook actiever. Maar dat wil niet zeggen dat het eindspel te winnen is en al helemaal niet dat het makkelijk gaat. Geralt had zich er al op ingesteld dit eindspel te gaan melken, totdat de 4 - 3 stand op het scorebord verscheen. Een remise van hem zou de felbegeerde twee matchpunten veiligstellen. Gezien de stand was degene die op winst moest spelen zijn tegenstander, maar deze zag niet hoe. Na de veertigste zet verdween hij voor geruime tijd in de analyseruimte om daarna bijna verontschuldigend te zeggen dat hij toestemming had gekregen om remise aan te bieden. Volgens het - vermakelijke - verslag van Leiderdorp was dit remiseaanbod op tactische gronden gebaseerd, uitgaande van de weigering van Geralt die daarmee onder psychische druk zou komen te staan. Wij houden echter niet zo van druk, maar wel van matchpunten. Tot teleurstelling van de Leiderdorpers nam Geralt dus genoegen met een plusremise (4½ - 3½).

Na deze overwinning hebben wij de tweede plaats overgenomen van Leiderdorp. LSG 4 heeft al jaren niet meer zo hoog gestaan. En we kunnen hier maar liefst we zo'n anderhalve maand van genieten, want de volgende ronde vindt pas plaats op 3 februari. Overigens vindt er dan weer een rechtstreeks duel plaats, nu zelfs om de eerste plaats tegen Philidor. Zij hebben al hun wedstrijden nog gewonnen en voeren de ranglijst aan. Nog wel.

LSG 4Leiderdorp 4½ - 3½
Thomas Thissen Arjen van Splunter 0 - 1
Chris Roosendaal Niels van Splunter 1 - 0
Geralt Serdijn Luuk van Rijn ½ - ½
Jeroen van der Linden Onno Verbaken 1 - 0
Jeroen van de WeijerMarc Roozendaal 0 - 1
Marcel Wubben Edwin Poels 0 - 1
Aart van de Peut Joost Vermeend 1 - 0
Adinda Serdijn Ivo Lucas 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Naschrift

Citaat uit het verslag van Leiderdorp:
Tussenstand 3-3 en Niels en Luuk moesten op de borden 2 en 3 tegen de sterkste LSG'ers strijden voor de punten. Helaas kon Niels het met zwart in een complexe Indiër niet bolwerken. Dus kwam de druk bij Luuk te liggen, maar die was tegen LSG-kopman Serdijn (oud-Leiderdorp trouwens) in een stelling terecht gekomen waarin een winstpoging van zijn kant niet goed mogelijk was. We besloten voor een soort 'tactisch' remiseaanbod te gaan: misschien wilde Geralt wel graag winnen van zijn lager gerate tegenstander en als hij weigerde wist Luuk dat hij diens winstpoging kon afwachten en wellicht counteren en kon tevens het feit dat Geralt remise had kunnen krijgen zorgen voor latere psychologische blokkades! Helaas hadden we ons vergist in het ego van Geralt. Hij nam zonder aarzelen de remise aan en onze eerste nederlaag van het seizoen was een feit.

Reactie Geralt:
Muhahaha!

Ronde 3: LSG 4 schroeft Moerkapelle de duimschroeven aan

In de derde ronde toog het vierde met 2 auto's en fiets (Aart van de Peut) naar het verre Moerkapelle. In dorphuis 'Op Moer' werd tegen het plaatselijke eerste gespeeld. De wedstrijd verliep chronologisch als volgt: Ikzelf speelde op bord 1 tegen Dick Bac, die een gewonde middelvinger had. Hij sloeg de stukken dan ook met twee handen. Vanuit een Theunis Stelling c.q. Spasski-opening speelde hij goed en bood hij remise aan na 14 zetten. Ikzelf zag weinig muziek in de stand en nam het (wel na overleg met Adinda) aan (½-½). Hij zei dat in Moerkapelle degene die als eerste klaar is een stukje moet schrijven. Dit is min of meer de reden dat ik dit stukje schrijf.

Bardienst DN2006

Marcel - zie foto - speelde op 4 tegen een van de gebroeders Van Elteren. Na een Damepionopening, Koningsindisch, Grünfeld en Afruilslavisch ontstond een stelling die meer met halma te vergelijken was (1 - 1). Thomas zat op bord 8 in zijn favoriete Scandinaviër te drukken op pion d4. De ruitenwissermaneuvre Dd5-h5-a5-h5 werd minder indrukwekkend beantwoord met Dd1-b3-d1. Thomas won pion d4 en verleidde zijn tegenstander dankzij een subtiele Kc8-d7-c6 tot stukverlies (1 - 2). Jeroen van de Weijer speelde op bord 3 tegen de Benoni van de andere Van Elteren. Zijn tegenstander had meer ruimte en hoefde niet bang te zijn voor pionnenbreekzetten. Daarom dacht ik even dat Jeroen slechter stond. De stukken van Jeroen stonden echter veel beter en bleven dat ook! Dankzij de fraaie zet Db3-h3 doken ze in de open ruimte en veroverden een pion (geforceerd) en een toren (blunder). De beste partij van de dag. Van Elteren die al tijdens de partij zwaar ademde en pionnen als stressspeeltjes gebruikte, reageerde zich af door de rest van de middag sudoku's en logigrammen op te lossen (1 - 3).

Jeroen van der Linden had in zijn auto op de achterbank vanwege zijn verhuizing een set schroevendraaiers liggen en bracht dat principe daarvan in de praktijk. Op bord 6 stond hij de hele partij ietsje beter. Hij had 2 pionnengroepjes van 3 en zijn tegenstander 3 groepjes van 2. In het verre toreneindspel kwam daar nog ruimtevoordeel en tenslotte een pion bij. Een onverwacht punt! (1 - 4) Op bord 2 speelde Geralt Pools (1. d4 b5). Door noeste arbeid kreeg hij een voordeeltje van een achtergebleven pion. Hij wist nog in tijdnood de c-lijn te veroveren en vooral torenruil te vermijden. Na de tijdcontrole kreeg hij de beloning waar elke Oost-Europeaan 20 jaar geleden van droomde: open grenzen. Op douanepost f2 kwamen 3 stukken binnen terwijl zijn tegenstander op e6 slechts met zijn dame binnenkwam. Dit was geen verhouding en Geralt gaf mat (1 - 5).

Op bord 7 speelde Aart van de Peut tegen Maarten Vroegindeweij,die nog bekend is van een Schots schaak artikel in 'Schakend Nederland' van John van der Wiel. Aart stond de hele partij onder druk, maar kon nog ontsnappen naar een ongelijke lopereindspel met pion minder. Toen hij daarin nog een pion verloor was het echt gedaan (2 - 5). Op bord 5 zadelde Adinda haar tegenstander op met een geïsoleerde pion. Die werd veroverd en Adinda moest de in een dame-eindspel de pion naar de overkant brengen. De mars eindigde op c7. De dame van de tegenstander werd echter te actief, waardoor de koning niet meer hulp kon bieden voor het laatste duwtje.(2½-5½)

Enige details tot slot: er was in het begin geen echte analyseruimte en de bar was een tijdje gesloten omdat er een babypartijtje werd gehouden. Het plein voor het dorpshuis was duidelijk een plek voor hangjongeren. Daar waren o.a. spelers van Moerkapelle voetbalplaatjes aan het ruilen. Apart was een jonge wedstrijdleider, die in de wedstrijdruimte zat te snelschaken met iemand die soms luid sprak.

De Tomtom van Jeroen van der Linden liet ons een extra rondje rijden door Moerkapelle op de terugweg en tijdens de Chinees werd ondergetekende vanwege het gebrek aan inzet aan het schaakbord flink in de zeik gezet. Ik hoop dat ik met het schrijven van dit stukje dat gebrek enigszins compenseer. Echter moet ik met dit soort dingen oppassen. Wat je zegt dan wel schrijft, wordt tegen je gebruikt!

LSG 4Moerkapelle 5½ - 2½
Chris Roosendaal Dick Bac ½ - ½
Geralt Serdijn Gerard van Ommeren 1 - 0
Jeroen van de Weijer Jesse van Elteren 1 - 0
Marcel WubbenHugo van Elteren ½ - ½
Adinda SerdijnWouter Vroegindeweij ½ - ½
Jeroen van der Linden André Nieuwlaat 1 - 0
Aart van de Peut Maarten Vroegindeweij 0 - 1
Thomas Thissen Boudewijn Weijermars 1 - 0

Uw gelegenheidsschrijver
Chris Roosendaal
Foto: Harm Frielink

Ronde 2: Gelijk tegen Rijswijk

Op 14 oktober speelden we de eerste thuiswedstrijd van het seizoen. Na de vorige muzikaal omlijste uitwedstrijd, was het een verademing om weer in ons eigen rustige denksportcentrum te kunnen schaken. We speelden tegen het team van Rijswijk dat volgens de KNSB-opstelling ongeveer even sterk is als LSG 4. Sterker nog, het verschil in gemiddelde rating bedraagt slechts één punt. Het verschil zat hem er in deze wedstrijd in, dat LSG 4 al zijn basisspelers had kunnen opstellen, terwijl het team van Rijswijk maar liefst drie invallers nodig had. Het zag er voor aanvang van de ronde dus rooskleurig uit voor ons team.

De score werd dit keer geopend door Adinda Serdijn, met zwart aan bord 7 spelend tegen Harry van der Stap. De partij ging geleidelijk over van opening naar middenspel naar eindspel tot er een gelijke stelling overbleef waarin het voor beide partijen niet meeviel om nog een winstplan uit de hoge hoed te toveren. Half drie pas, en de eerste uitslag al binnen (½ - ½).

Aan bord 8 volgde Aart van de Peut met wit al snel met de volgende uitslag. Aart had al een tijd een prima stelling, maar het leek nog lang niet gedaan. De stukken konden echter onverwacht snel in het doosje, toen zijn tegenstander H. van Oortmarssen een kwaliteit weggaf en gelijk kon opgeven. Waarschijnlijk had deze blunder het einde alleen versneld, want in de analyse achteraf bleek dat Aart ook zonder kwaliteitswinst wel erg riant stond (1½ - ½).

Geralt Serdijn

Bijna tegelijkertijd kwam de uitslag van onze derde bordspeler Geralt Serdijn - zie foto rechts. Hij kreeg van tegenstander Roel Leezer een remiseaanbod in een lastig te beoordelen stelling. Tja, wat doe je dan? Omdat wit toch al de gelegenheid had om desgewenst de stelling te vervlakken, en omdat het aan de andere borden nog goed leek te gaan voor LSG, besloot Geralt het aanbod aan te nemen (2 - 1).

Hier leek het de goede kant uit te gaan voor de LSG'ers. We stonden hadden al een voorsprong, en de prognose aan de overige borden zag er per saldo ook goed uit voor ons. Jeroen W en Chris stonden weliswaar slechter, maar de stellingen van Jeroen L, Marcel en Thomas leken veelbelovend.

De volgende uitslag kwam op naam van onze zesde bordspeler Jeroen van de Weijer. Hij speelde tegen E.J. Tromp een partij waarin hij al snel een stukoffer bracht. Allemaal nog theorie volgens Jeroen. Volgens zijn zeggen verzuimde hij alleen lang te rokeren, waardoor zijn tegenstander het stuk terug kon offeren en de aanval kon overnemen. De stelling bleef lastig te beoordelen, maar Jeroen werd steeds meer weggedrukt. Toen hij ook nog een kwaliteit moest inleveren, was het pleit snel beslecht (2 - 2).

Jammer voor Jeroen, maar dit leed was nog niets vergeleken met wat kopman Chris Roosendaal moest doorstaan. Hij kwam tegen de Rijswijkse sterspeler Rob van Helvoort in een variant terecht waarin hij zich niet zo prettig voelde. Hij stond ook niet zo lekker, maar wist het nog wel spannend te maken. Deze spanning werd nog verhoogd door de tijdnood van de beide spelers. Chris sloeg opeens met zijn loper in op de witte koningsvleugel, waarna zijn tegenstander blijkbaar alleen aan het uitrekenen was of hij mat zou gaan als hij de loper zou terugslaan. Toen Rob concludeerde van niet en de loper terugsloeg, pakte Chris a tempo met schaak de toren van e1 eraf. Dat Rob niet gezien had dat zijn toren ook aangevallen stond, bleek wel uit zijn verbaasde opmerking: 'Oh, was het zo simpel.' Met de hierdoor veroverde kwaliteit had Chris opeens een gewonnen stelling in handen, maar helaas bleef de wolk van schaakblindheid nog even boven het bord hangen. In tijdnood werden er in rap tempo nog een paar zetten gespeeld, waarna Chris in de hectiek mat in een over het hoofd zag. Zijn tegenstander zag het helaas wel (2 - 3).

Ondertussen zat aan het bord naast Chris, Jeroen van der Linden een uitstekende partij te spelen tegen Bas Kommer. Jeroen had niet alleen een pion meer, maar had ook de zwarte stukken in de houdgreep genomen. Zijn tegenstander had nauwelijks nog actieve stukken en kon nergens tegenspel creëren. Hij hield het dan ook graag voor gezien toen hij niet meer kon voorkomen dat zijn damevleugelpionnen opgegeten zouden worden (3 - 3).

Een gelijke tussenstand dus, waarbij Marcel en Thomas nog aan het schaken waren. Onze vierde bordspeler Marcel Wubben had vanaf het begin een goede stelling gehad, waarbij zijn tegenstander Tonie Goudriaan na een mislukte truc met wat stellingsgeluk het materiaalverlies had weten te beperken tot een pion. Marcel miste ergens de beste voortzetting, waardoor alleen de pionnen op de koningsvleugel overbleven. Marcel had drie pionnen, zijn tegenstander twee. Na afruil van de zware stukken bleef er een lopereindspel met lopers van gelijke kleur over, met nog steeds een pion meer voor Marcel. Maar dit was niet meer te winnen. Een duidelijke plusremise, maar het telt maar voor een half punt (3½ - 3½).

Thomas Thissen

Een 3½ - 3½ stand dus, met nog een partij over die de beslissing zou brengen. Dat hadden we de vorige ronde ook, maar toen stonden we op het overgebleven bord gewonnen. Dat konden we deze keer helaas niet zeggen. Toen we allemaal al lang en breed klaar waren, zat aan bord 5 Thomas Thissen - zie foto links - nog te ploeteren tegen Paul van den Berg. En Thomas was nog wel zo goed met zijn partij begonnen. Hij stond een gambietpion voor die later uitmondde in een kwaliteit, maar zag een venijnige pionzet van wit over het hoofd. Opeens dreigde er van alles en kreeg Thomas geen kans meer om zijn stelling te consolideren. Hij was genoodzaakt om op allemaal enge complicaties in te gaan om in de partij te blijven. Maar eerlijk is eerlijk, hij weerde zich buitengewoon creatief. Zo bracht hij een sterk en verrassend torenoffer in een stelling waarin de toeschouwers voor zijn partij vreesden. Helaas leek het toch niet genoeg te zijn en kwam Thomas uiteindelijk terecht in een dame-eindspel met een pion minder. Heel ingewikkeld door de beide kale koningen, maar het eindspel was waarschijnlijk wel verloren en daarbij had Thomas ook nog eens minder tijd. Thomas bleef zich echter hardnekkig verdedigen en gelukkig niet tevergeefs. Op het einde wist Thomas zijn tegenstander in een soort eeuwig schaakval te manoeuvreren en kon Thomas het halve punt laten bijschrijven (4 - 4).

Tja, van de rooskleurige vooruitzichten was niet veel uitgekomen, maar na lang tegen een dreigend verlies te hebben aangekeken, waren wij wel heel blij met het behaalde matchpunt. En we kunnen in onze poule vooralsnog aankijken tegen een mooie vierde plaats voor ons team.

LSG 4Rijswijk 1 4 - 4
Chris Roosendaal Rob van Helvoort 0 - 1
Jeroen van der Linden Bas Kommer 1 - 0
Geralt Serdijn Roel Leezer ½ - ½
Marcel Wubben Tonie Goudriaan ½ - ½
Thomas ThissenPaul van den Berg ½ - ½
Jeroen van de Weijer E.J. Tromp 0 - 1
Adinda SerdijnHarry van der Stap ½ - ½
Aart van de Peut H. van Oortmarssen 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Ronde 1: AAS is ze allemaal de baas?

Zaterdag 23 september: een nieuw schaakseizoen, een nieuw LSG 4. In vergelijking met het team van vorig jaar, zijn er vier personele wijzigingen doorgevoerd. Dit jaar bestaat LSG 4 uit Geralt Serdijn, Chris Roosendaal, Jeroen van der Linden, Jeroen van de Weijer, Thomas Thissen, Marcel Wubben, Aart van der Peut en Adinda Serdijn. Zoals gewoonlijk is LSG 4 weer een heel gezellig team geworden, en op papier sterker dan het team van vorig jaar. We hopen voor dit seizoen dan ook op betere tijden dan het vorige, toen LSG 4 bijna het hele jaar tegen degradatie heeft moeten vechten.

De openingswedstrijd werd dit jaar gespeeld tegen AAS 2. Dit achttal was vorig jaar gepromoveerd vanuit de promotieklasse en gaat dit jaar proberen de KNSB onveilig te maken. Op rating zijn zij het zwakste team uit onze poule, maar daarentegen heeft LSG 4 er zo'n beetje patent op om de eerste ronde met een nederlaag te beginnen. Het balletje kon deze wedstrijd dus alle kanten op rollen.

We speelden tegelijkertijd met ons derde team tegen AAS. Een mini-mini-massakamp over zestien borden dus. Helaas moesten we een speler (in casu Marcel) afstaan aan LSG 3, maar gelukkig vonden we oud-teamgenoot en ex-Leithen speler Joop Bakker gelijk bereid om de opengevallen plaats in te nemen. Bedankt Joop.

Matchwinnaar Chris Roosendaal

We speelden tegen goede bekenden, omdat sommige Azenaren ook in de interne competitie van LSG meespelen. Over de gastvrijheid van de Azenaren hadden we ook geen klagen. We hadden alleen graag gewild dat we dat ook over hun speellocatie hadden kunnen zeggen. AAS had als locatie een soort zaaltje in een kerkgebouw. Was het zaaltje zelf al erg gehorig (mede door de geïmproviseerde bar in de zaal), vervelender was nog dat er voor deze zaterdag optredens van muziekbands op het programma stonden. In het speelgebouw dus. Dit had natuurlijk het voordeel dat de schakers de hele partij gezellig konden genieten van live-muziek, maar het nadeel was wel dat ze er niet op moesten rekenen rustig te kunnen schaken.

Het schaken begon ook niet zo goed. De eerste uitslag kwam op naam van Aart, die vorig jaar met LSG 5 in de promotieklasse de slotwedstrijd tegen dit team speelde. Hij speelde aan bord 4 tegen Ben de Leur en kwam er deze wedstrijd eigenlijk niet echt aan te pas. Hij verspeelde een paar tempi in de opening en werd daarna vakkundig weggespeeld. Adinda - zie onderste foto -, aan bord 3 spelend tegen Marco de Groot, werd helaas geïnspireerd door de verrichtingen van haar teamgenoot aan het bord naast haar. Ze volgde Aarts' voorbeeld al snel na een mislukte Pirc-opening. Een 0-2 achterstand dus, dat riep alweer déjà-vugevoelens van andere eerste ronden bij ons op.

Gelukkig hebben we Thomas echter ook nog, die zich niet liet meeslepen door de misère. Hij speelde aan bord 8 tegen Paul Karis een hele nette partij waarin hij de druk steeds meer opvoerde en zijn tegenstander geen kans op tegenspel gaf. Hierdoor kon hij het eerste winstpunt van LSG 4 voor het seizoen 2006/2007 laten aantekenen (1-2). Goed gedaan Thomas. Nu de kop eraf was, volgde het tweede winstpunt ook snel. Onze tweede bordspeler Geralt won met zwart tegen Bas Jonkers heel regelmatig, mede omdat wit vanaf het begin met een pijnlijk zwak veld op d4 kampte. Geralt wist hier goed van te profiteren door actief stukkenspel waarbij hij zijn tegenstander helemaal in de tang hield. Het leek wel alsof hij vier paarden had in plaats van twee! Dat was natuurlijk niet zo, maar wat wel echt zo was, was dat hij een eindspel met twee pionnen meer had. Dat hoefde zijn tegenstander zich niet meer te laten bewijzen (2-2).

Op dit moment zag het er veel belovend uit voor LSG. De overgebleven vier borden hadden allemaal goede stellingen. Jammer was dat onze zesde bordspeler Jeroen (van de Weijer) zijn betere stelling tegen AAS' vriendelijke teamleider Bob Feis niet kon handhaven, en steeds meer voordeel kwijtraakte. Toen Jeroen door een dubbele aanval werd gedwongen een kwaliteit te offeren, viel er niet veel eer meer aan zijn stelling te behalen (2-3).

Teamleider Adinda Serdijn

Aan bord 7 speelde onze invaller Joop tegen Henk van Leeuwen. Het is altijd leuk om het spel van de creatieve Joop gade te slaan, want zijn partijen zijn nooit saai. Ook deze keer maakte hij de verwachtingen meer dan waar. Joop kreeg een aanvalsstelling waar hij heel goed raad mee wist. Hij had naast zijn aanval ook een pion voorsprong en liet zijn tegenstander kansloos. Joop wikkelde af naar een pionneneindspel met nog steeds die pion meer. Dat valt doorgaans niet mee om remise te houden, en dat lukte Joops tegenstander dan ook niet (3-3).

Twee partijen waren hier nog bezig, te weten de partijen van Jeroen (van der Linden) en Chris. Kopman Jeroen leek lange tijd te gaan winnen van Peter Poncin, maar liet zijn voordeel helaas verzanden. Toen Peter remise aanbood, nam Jeroen het vredesaanbod met een blik op de goede stelling van Chris aan (3½ - 3½). De partij van Chris, aan bord 5 spelend tegen Jan Bosman, moest dus de beslissing brengen. Nu had Chris wel een goede stelling. Een zeer goede stelling eigenlijk, met een pion meer, betere pionnenstructuur en een loperpaar. Een zo'n goede stelling zelfs dat ik de tegenstanders met de moed der wanhoop hoorde opperen dat de muziek misschien nóg wat harder moest om Chris uit zijn evenwicht te brengen. Het leek ons sterk dat het geluid nog harder kon, dus we namen dit dreigement maar niet al te serieus. Bovendien hield Chris - zie bovenste foto - het hoofd koel en ons medelijden ging eerder uit naar zijn tegenstander die zo dapper probeerde nog in de partij terug te komen. Dit mocht echter niet baten (4½ - 3½).

Een 4½ - 3½ overwinning dus. Een heerlijke uitslag. En dat nog wel in de eerste ronde! Misschien is de verlies-in-de-eerste-ronde-ban nu eindelijk doorbroken. En we zagen LSG 3 ook winnen. Met grote cijfers nog wel. AAS is ze allemaal de baas?

Wij zijn AAS allemaal de baas!


LSG 4AAS 2 4½ - 3½
Jeroen van der Linden Peter Poncin ½ - ½
Geralt Serdijn Bas Jonkers 1 - 0
Adinda Serdijn Marco de Groot 0 - 1
Aart van de Peut Ben de Leur 0 - 1
Chris Roosendaal Jan Bosman 1 - 0
Jeroen van de Weijer Bob Feis 0 - 1
Joop Bakker Henk van Leeuwen 1 - 0
Thomas Thissen Paul Karis 1 - 0

Tekst: Adinda Serdijn

Foto's: Xuadres