Philidor



Philidor Leiden versus LSG, waarom haten we elkaar niet meer?

Afgelopen maandag kwam ik op de vredige clubavond van mijn Philidor. In het mooiste denksportcentrum van Nederland. Boordevol met bridgers, dus veel gemankeerde schakers (ik zie daar te veel van der Wielen en Kuijfjes met kaarten in hun handen), maar ook een wedstrijd tussen twee teams van Philidor (2) en LSG (5) in de promotieklasse van de Leidse Schaakbond. Afgelopen zaterdag in de vijfde ronde van de KNSB competitie speelde het eerste van Philidor Leiden ook al tegen LSG, het vierde team. Philidor won, met 5-3 en 'we' waren dolgelukkig. Eindelijk komen we uit de derde klasse?! Zou het werkelijk?

Philidorhonden

Sic transit gloria mundi, vrienden. En weerom! Want er was een tijd dat het tweede team van Philidor met gemak LSG 1 versloeg. Dat wij elkaar niet konden luchten of zien, rivalen waren: "Philidorhonden" in de woorden van wijlen hereboer en KNSB-lid van verdienste W.G. Demmendal. Ach, ja die Demmendal. Ach, ja die Philidor woede, zodat de voormalig LSG'er Dick van Geet (ja van die opening) opeens een principiële zaterdagspeler was, terwijl wij allang wisten dat 'ie daarvoor in Haarlem wel op zondag zijn schuldige bedrijf had uitgeoefend.

Nostalgie

Uit de oude doos, dat zeker. Maar vanavond zaten er dus opnieuw twee teams van Philidor en LSG tegenover elkaar. Terwijl de triomf van afgelopen zaterdag nog in de lucht hing. Zou het dan toch nog kunnen? Keren de tijden van Piket, Piket, Piket, van Kuijf, Kuijf en Kuijf en van Van der Wiel en noem ze maar verder op, weer terug? Dat Philidor twee maal op rij bijna landskampioen werd? Ach, nee. Laat aan de toekomst de muziek. En aan die ene zwaluw ten minste de belofte van een mooie lente of zomer.

Feit is dat we op de weg terug zijn. Feit is dat wij elkaar weer treffen op een hoger vlak. En die belofte voor de toekomst is dat als over twee jaar de eerste teams van Philidor en LSG elkaar bestrijden, wij elkaar weer gezond gaan haten. Want zo hoort het. Toch?

Strijd

En dan komen soms de zaken zomaar bij elkaar. Want in de wedstrijd van maandagavond speelde de schakers.info redacteur tegen Philidorveteraan Albert Smit. Een historisch treffen, al vanuit de vijftigerjaren en ook nu weer een duel: Smit versus Bey, daar houd ik mijn ogen bijna niet bij droog. Moeiteloos overbrug ik dan een halve eeuw, want zo speelden de jonge arbeiders Bey senior en dezelfde Ab Smit, beiden met de geur van hoger honing in de neus, ook toen al tegen elkaar. Lid van LSG waren ze niet. Dat kwam niet te pas. Daar waren ze niet deftig genoeg voor in maatschappelijk opzicht. Want 'Heren' waren ze niet! Wisten die klassenbewuste sociëteitbezoekers veel! Ze wisten niet eens wat te oordelen over anderen velden...

Dus voor al die andere schakers werd Philidor opgericht: de Leidsche Arbeiders Schaakvereeniging. Al in 1917. En wel door een nobele LSG'er. Want zo was het ook: schaken was toch te leuk en te nuttig om het wie dan ook te ontzeggen. Zij het in ieders eigen kring! Dubbele gedachten, schaakvrienden. De uitslag van die partij Bey-Smit verklap ik niet...

(ja, sorry Ton, ik won volkomen onterecht in de uitvluggerfase, waardoor die wedstrijd in 2½ - 5½ ten voordele van LSG 5 eindigde ... - Red)

Tekst: Ton Kohlbeck
Bron: schakers.info, 8 februari 2007

Is er toekomst voor een dinosaurus?

Verzenuwd is het woord niet in de laatste competitiewedstrijd die Philidor Leiden moest spelen, tegen de reserves van de Alternatieve Schaakvereniging Aalsmeer (AAS). Maar de spanning was duimendik. Zou Philidor er na meer dan tien jaar in de krochten van de derde klasse van de KNSB competitie er dan werkelijk weer in slagen de weg naar omhoog te vinden? Zoveel jaar was dat niet gelukt en nu met de concurrentie van de door de feeën van het fortuin gekuste onaanraakbare van LSG? Die bovendien een vol bordpunt voor stonden...

Wat baat je dan het roemruchte verleden met twee maal - bijna - Nederlands kampioen, met vijf Piketten, drie Kuijfjes, één Van der Wiel en nog zo veel meer schakers die toen de tekenen des tijd verstonden. Ergens in de 70-er jaren heeft Philidor Leiden - toen de meest progressieve schaakclub met een jeugdbeleid dat nergens mee vergelijkbaar was - haar landelijke pretenties opgegeven door niet te betalen. Niet, nooit, never betalen! Dertig jaar later en honderden grootmeesters verder in wat nu de Meesterklasse heet, weten wij wat dat heeft betekend.

De kelder

De kelder van de competitie. Geen dood en geen gladiolen dus. Ergens daar tussenin. Wij waren niet de enigen, maar betekent dat soelaas? De derde klasse dus, na talloze afdalingen. Want wij overleefden, zij het met moeite in de KNSB. En de leden hadden het goed. Zoals ze het bij VAS en DD en bij de andere dinosaurussen ondanks alles nog altijd goed hebben. Maar de geur van hoger honing blijft toch altijd hangen in de neusgaten van die het al eerder hebben genoten. Want beste schaakvrienden, stiekem droomt ook Hans Ree van de dag dat zijn BSG triomfantelijk doorstoot naar de hoogte waartoe hij en zij eigenlijk behoren en dus recht op hebben. Niets menselijks is ons allen vreemd.

Thriller met spion

Maar afgelopen zaterdag het werd een echte thriller. Met spionnen over en weer. Want LSG 4 (ja, vier u leest het goed) speelde in Den Haag tegen de reserves van DD en hadden dus dat volle bordpunt meer. Dus er moest flink gespioneerd worden: met mobieltjes en strategisch overleggen. De 21e eeuw nietwaar!? Zodoende verscheen Raoul van Ketel, LSG's icoon tegen wil en dank, monter en in de wetenschap dat hij de volgende dag een vrijwel zekere dubbele triomf zou beleven met de ongehoorde prestatie van twee teams in de Meesterklasse. In vermomming als verspieder aan onze borden. Meesterspion zonder zichtbare verpakking: grandioos, tijdloos en hij trok er het bijhorende gezicht bij. Maar het mocht niet baten.

Philidorleeuwen

Met wrede zekerheid bevochten de Philidorleeuwen - hun kaken gebutst en de klauwen verweerd door de last der jaren - maar met de dankbare steun van een enkel jong welpje, hun prooi tot de dood: 5½ - 2½! Dat moest genoeg zijn! En dat was het tot op het halve bordpuntje. Dat de veteranen van Al lerende Leren wij (DD) ons op hun eigen tandvlees schonken. Steinitz in het Haagje. Dank vrienden, we doen het wel weer eens terug.

Dus de meesterspion van de nu nog zeker twee jaar bovenliggende collega was de eerste die ons gelukwenste. Want zo zijn we nu ook wel weer in Leiden!

Tekst: Ton Kohlbeck
Bron: schakers.info, 15 mei 2007