LSG 4 verrast opnieuw

Van Jan Hellenberg een korte impressie van de wedstrijd:
Wij begonnen tegen Paul Keres 3 met een tegenvaller. Juri Agaian verloor met wit erg snel.
Ik had met wit de open c-lijn onder controle maar kwam niet verder. Mijn tegenstander bood mij dan ook remise aan.
Op dat moment stonden we goed op 4 borden, slecht op 1 bord en onduidelijk op 1 bord. Ik nam de remise dan ook vanzelfsprekend aan. Toen ik na de analyse van mijn partij terug kwam stonden we opeens met 2,5-1,5 voor. Reinier Feiner en Patriek Tromp hadden hun wedstrijd gewonnen. Vlak daarna won ook Daan Binnendijk zijn wedstrijd. Reinier sloeg met zwart een pion op e5. Met a5 had wit voordeel kunnen krijgen maar hij sloeg op e6 en kwam een pion achter. Daarna verloor wit nog een pion en de partij.
Patriek had met wit een pion achter kunnen komen maar zijn tegenstander liet dit na. Na nog een mindere zet van zijn tegenstander brak Patriek met een isolani op d5 door de stelling van zijn tegenstander heen. Daan brak met zwart na verovering van het loperpaar door het brede pionnencentrum van zijn tegenstander. Die kreeg wat losse pionnen waarvan er een paar door Daan werden opgehaald. Na binnenkomst van de torens die tot mat of groot materiaalverlies zouden leiden gaf zijn tegenstander op.
Folkert-Jan kreeg het met zwart lastig na de Scandinavische opening. Met het ruimtevoordeel kon zijn tegenstander niets doen. Na een door zijn tegenstander geweigerd remiseaanbod en wat mindere zetten van zijn tegenstander kon er eenvoudig remise geforceerd worden. Het eerste matchpunt was daardoor binnen. Het tweede matchpunt volgde niet zo snel daarna.
Frans Erwich kwam met wit met initiatief uit de opening. Een loperoffer werd helaas door Frans gemist en de stelling werd daardoor gelijk. Op een gegeven moment was een zetherhaling door Frans mogelijk en in het teambelang was een remise natuurlijk prima. Remmelt was als laatste klaar. Hij gaf op de 11e zet een pion weg en kreeg daarna geen kans meer. Dit is mijn derde seizoen in LSG 4. Wij hebben nu evenveel punten als twee jaar geleden het hele seizoen. Het jaar daarvoor hadden wij het hele seizoen maar 2 punten. Dus dit gaat ons beste seizoen worden met minimaal handhaving.

toevoeging 1: van Folkert Jan :
Bij nadere bestudering van mijn partij blijkt dat ik helemaal aan het einde te veel gefocust was op de remise en daardoor een winstkans miste :


In deze stelling speelde ik Da2 en dacht na de reactie Ta1 niet goed na, maar speelde Dd5 waarna we tot remise besloten uitgaande van zetherhaling. Na Da2 had wit het beste met Dc3 kunnen antwoorden (a4 kan niet geslagen worden ivm de dreiging Ta1 gevolgd door Ta5 en de dame gaat verloren) De zwakke reactie Ta1 had ik moeten afstraffen met Db2 en wit kan onmogelijk zowel b4 als d4 dekken.

toevoeging 2: een uitgebreide terugblik van Reinier :

Ik speelde tegen een volgens Daan aardige kerel (Anton Rosmuller) en dat klopte helemaal. Ik zette de partij veel te passief op en gaf hem alle kansen het spel te maken (de idee om de toren van a8 via a7 evt. naar de koningsvleugel te transporteren, betekende dat de paarden wel erg veel geduld moesten betrachten. Op zet 14. deed hij e5 met truc via Lxg6 schaak, maar dat werkt niet en dus stond hij meteen erg slecht, althans dat dachten wij beiden denkend aan het centrum en de koningsvleugel.

Hoewel ik de partijen van Anton allemaal via chessbase kort naspeelde en had bedacht dat hij wellicht een partij van 2 jaar geleden niet meer zou herinneren en mogelijk in dezelfde val zou trappen (zie: Rosmuller- Maris, E70 Vlissingen HZ, 05-08-2015, 1.d4 g6, 2.Pf3 lg7, 3.c4 Pf6 4. Pc3 0-0, 5.e4 c6, 6. Dc2 d6 7. h3 a6, 8.e5 dxe5 9. dxe5 Pfd7 10. Lf4 Da5 11.e6 Pc5 12.exf7 Txf7 13.Ld2 Lf5 14.Dc1 Dd8 15.b3 Tf6 16.Le3 Te6 17. Dd2 Td6 18. Db2 Pe4 0-1), vervolgde Anton op zet 5 met Ld3.

Leuk van dat voorbereiden is dat ik een duidelijke patroon in zijn schaakopeningen ontwaar. Er wordt altijd vroeg h3 of Ph3 gespeeld (ook als dit ontwikkelingsachterstand oplevert) en de pionzet e5 blijft altijd verleidelijk, vooral als het niet kan. f4 had het logische vervolg kunnen zijn, maar de tekst zet bleek net zo goed. De zet 14.e5 krijgt echter toch een !?, want ik had dus niet gelijk op e5 mogen pakken wegens de verwoestende zet a5. Na 14. … exd5 zou 15.cxd5 16.a5 Pd7 17.axb6 Ta8 18.Pa4 f5 19. Tfc1 tot een betere positie voor wit leiden.

Thuis Uit Score
Feiner , R.H.P. (Reinier) (1991) Rosmuller , A.J. (Anton) (2061) 1 – 0
Hellenberg , J.A. (Jan) (1980) Groot de, P.J. (Pieter) (2035) ½ – ½
Otten , R.U.M.M. (Remmelt) (2031) Kooij van der, P. (Paul) (2001) 0 – 1
Tromp , P. (Patriek) (2026) Schipper , H.G. (Rijk) (2048) 1 – 0
Geertsma , F.J. (Folkert-Jan) (1959) Uildriks , M. (Mark) (1971) ½ – ½
Erwich , F.A.G.M. (Frans) (1932) Kiers , C.T. (Conrad) (1878) ½ – ½
Binnendijk , D.C.W. (Daan) (1893) Prins , J.H. (Jan) (1959) 1 – 0
Agaian , J. (Juri) Vreeken , C.N. (Kees) (1830) 0 – 1
4.5 – 3.5
Geplaatst in KNSB, LSG 4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*