LSG 7 verliest uit van Daniel Noteboom 1

Na in de tweede ronde (de eerste ronde zouden we pas op 8 december spelen) thuis met 5-3 van Toren Valkenburg 1 te hebben gewonnen, vertrokken we vol goede moed naar Noordwijk. Heugelijk feit was dat Peter Sonneveldt had aangegeven zich genoeg hersteld te voelen om weer met ons mee te spelen. Het maakte ons uiteraard niets uit hoe hij zou spelen. Meedoen was in dit geval belangrijker dan winnen! Welkom terug en zie maar hoe het gaat, was het advies aan hem. Schaaktechnisch was zijn rentree uiteraard wat mager, maar daarover later meer.

<Redactie: dit verslag was al enige tijd geleden aangeleverd maar aan de aandacht ontsnapt. Daarom dat deze via via bij mij terecht kwam en ik het nu plaats>

De partijen:

Bord 1  (Jaap)

Bah, een tegenstander met een psychologische benadering: minder sterk uitziend zetje in de opening dat bij nader inzien niet zoveel kwaad kan. Na een paar mindere witzetten heeft zwart geen zorgen meer, en na een stevige onnauwkeurigheid van wit staat hij ongetwijfeld beter. Op dat moment volgen opluchting en anticlimax: waar uw dienaar als witspeler naar een ellendige stelling meent te kijken, met zwaktes en een zorgpion voor wit en een mooie loper en halfopen lijnen voor zwart, heeft de zwartspeler het idee dat de zaak is verzand in een remise-achtig eindspel. Hetgeen leidt tot een remise-aanbod dat gretig wordt aanvaard….

Bord 2 (Peter H)

Met zwart tegen Scherpenisse (1904), ga er maar aanstaan. De opening was uiterst moeizaam, maar die kwam ik nog zonder kleerscheuren door. Ook het middenspel wist ik nog redelijk te overleven. Tegen dit soort spelers (die, als ze dan toch per sé in deze klassen moeten/willen spelen gewoon op bord 1 moeten plaatsnemen) moet je echter gedurende hele partij fris en scherp zijn. Aan het eind van het middenspel ontsnapte mij een kleine onnauwkeurigheid. Om mijn koningsloper wat actiever te maken, speelde ik hem naar de achterlijn. Helaas bleek hij even later toch het meest effectief aan het spel deel te nemen waar hij eerder vandaan kwam. Twee tempi kostte dat en die braken mij diep in het eindspel uiteraard op. Door zetdwang moest ik de witte koning in mijn stelling laten dringen en was het over.

Bord 3 (Joris)

Helaas geen bijdrage van Joris gezien of gekregen. Na al deze tijd weet ik er niet veel meer van te melden dan dat hij verloren heeft.

Bord 4 (Jan)

Mijn tegenstander opende met een soort  Blackmar-Diemer gambiet, wat mij een pion opleverde. Toen hij net iets te vroeg het centrum opende, kostte hem dat een tweede pion en de stelling. Helemaal onbegrijpelijk was het niet dat hij later een overbelasting over het hoofd zag en gaf op omdat hij zelfs geen rommelkansjes meer had. Voor mij een leuke partij, dat zeker.

Bord 5 (Daan)

Een Konings-indische partij, waarbij zwart verzuimde om aan te vallen door het centrum en het wit niet lukte om op links ruimte te pakken. Daardoor ontstond een dichtgeschoven pionnenfront van a tot met e. Een eventuele aanval van een van beiden zou dus op de koningsvleugel moeten. Dit durfden we geen van beiden aan: mijn zwartveldige loper was te passief, en kon nooit van betekenis zijn tegen Sjaak Ruigrok zijn witte pionnen op de damevleugel. Aan de andere kant kon zijn paard er niet doorkomen. Sjaaks aanbod tot remise nam ik dan ook graag aan.

Bord 6 (Maurice)

Mijn partij was niet om over na huis te schrijven. In de Hollandse opening gaf ik snel een pion cadeau maar kreeg door een onjuiste aanpak van wit kansen op de damevleugel. Toen de zware stukken werden geruild verdampte mijn beperkte kansen als sneeuw voor de zon. Toen ik een paar zetten later mijn tweede pion weg gaf was er niet veel meer van mijn stelling over: een isolani op h6, een loper op g6, twee pionnen op a7 en b6 en een toren op c7. Mijn koning stond iets dichter bij de dubbelpionnen van wit (e6 en e4). Toen de witte toren de f-lijn verliet kon ik mooi naar e5 vluchten maar wit kon zijn pionnen structuur verder versterken door zijn koning naar f3 te brengen. Wit had echter zo veel tijd verbruikt dat hij remise aanbood. Dit werd door zwart dankbaar geaccepteerd omdat er geen aanknopingspunten waren om het mijn tegenstander nog moeilijk te maken.

Bord 7 (Luuk)

Ik gaf op zet 10 een stuk weg voor een pion en daarbij had hij ook nog een vervelende matdreiging. Om die tegen te gaan probeerde ik hem te verleiden tot het pakken van een pion en dat lukte maar ja dus wel een vol stuk kwijt nu. Tegenstander had zijn dag echter niet want hij deed een serie achteruitzetten wat resulteerde in een kluitje van stukken die elkaar in de weg stonden. Daarmee kwam er een trucje in de stelling waarmee ik het stuk terugwon. Met nog maar 3 minuten op de klok zag ik dat gelukkig nog net. Hoewel hij in het eindspel dat overbleef een goede loper tegen mijn slecht paard had en ook nog 10 minuten meer was mijn tegenstander niet meer gemotiveerd en nam hij mijn remise-aanbod aan.

Bord 8 (Peter S)

Het goede nieuws is dat Peter weer achter het bord kon komen zitten. Het slechte nieuws is dat hij deze eerste wedstrijd nog niet helemaal de zenuwen de baas was. Tot zijn eigen afgrijzen moest hij na een minuut of 20 spelen al constateren dat hij werd matgezet. Een nogal opzichtig dame-offer ging daaraan vooraf. Achteraf was eenvoudig te zien dat het meteen teruggeven van de dame alle problemen kon oplossen en zelfs een stellingstechnisch en materieel voordeel kon opleveren.  Peter koos ervoor om met de bus naar huis te gaan en niet uren te gaan zitten wachten. Begrijpelijke beslissing, uiteraard. De kop was er af en zoals we nu weten zou het de volgende keer veel beter gaan!

Al met al leverde deze uitwedstrijd een 5-3 (één winst van Jan en remises van Jaap, Daan, Maurice en Luuk) verlies op. Daar konden we allemaal echter goed mee leven . Ook voor het team geldt altijd dat er een volgende kans komt.

Verslag: Peter van der Hoeven

Geplaatst in LeiSB, LSG 7