Wat ik heb geleerd van de wereldkampioen

Zoals eerder op deze site vermeld, speelde Magnus Carlsen op maandag 30 januari een benefietsimultaan in het Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam. Per bord werd een behoorlijke donatie gevraagd, waarvan 100% bij onderzoek naar schedel- en gelaatsafwijkingen terecht zou komen. Dat Magnus hiertoe bereid was, na de uitputtingsslag die het Tatasteel Toernooi klaarblijkelijk moet zijn geweest, dwingt respect af. Hij is in mijn ogen een waardig kampioen en voorbeeld voor onze sport.

Door: Quirinius van Dorp

Ik gooide het plan in de groep, of eerder de club, mijn jaarclub Strijker, gevormd in mijn eerste jaar in Delft, en kreeg direct van alle kanten die steun die ik nodig had om dit door te zetten. Vandaar dat de filmpjes en foto’s op internet mij in mijn prachtige clubdas tonen. Grote dank aan mijn clubgenoten en Teun, mijn vader, die dit mogelijk maakten.

In overleg met Robert Straver, LSG 3 teamgenoot, die ook aantrad tegen de wereldkampioen, hadden we uiteindelijk besloten te doen waar we goed in zijn. Ik zou me dus niet ingraven en hij juist wel. Ik zou hem naar zijn strot vliegen, en zo geschiedde.

Voorbereiden op Magnus heeft totaal geen zin. Ik kreeg dan ook een Trompowsky voor mijn kiezen, waar ik toevallig een systeempje tegen ken, maar wat ik nooit zou hebben bekeken. Helaas dus geen repertoirgat dichten deze keer, sterker nog, Magnus beging al op zet 6 een blunder. Maar was het wel een blunder? Ik heb pas 1 paard ontwikkeld, maar als ik hem nog een keer zet kan ik misschien wel aanvallen. “Gezonde zetten doen!” hoor ik Eelco in mijn hoofd nog roepen. Maar het is nu of nooit en we hadden afgesproken dat ik zo snel mogelijk zou rommelen. Op zet 10 stond ik een kwaliteit vóór en kon ik rustig verder schaken met de gedachte dat ik mijn sponsoren nu al waar voor hun geld had gegeven. Nu nog even de andere stukken ontwikkelen….

Het nadeel van mijn vroege aggressie was een verdwaalde dame op h1 die vast en zeker een doelwit zou worden. De dame was op zet 11 mijn enige ontwikkelde stuk. Wit ontwikkelde vanzelf, snel en sterk en kreeg angstaanjagend actief stukkenspel. Vrijwel elke zet van Magnus voelde ik me gewongen met een pionzetje te beantwoorden, waarbij ik telkens dacht aan onze kopman Eelco Kuipers, dat ik schaken echt eens opnieuw zou moeten leren. De gouden regels, ik kwam er niet aan toe. Ik ontwikkelde niet, ik verbond geen torens, mijn koning bracht ik niet in veiligheid, ik dacht slechts nog aan mijn verdwaalde dame die ik wilde bevrijden uit haar benarde positie en aan die kwaliteit die ik als compensatie opvoerde. Ik kwam dus ook vrij snel verloren te staan en zag de één na de andere winstvoering voor wit. Ik vond zelf nog wel dat ik mijn huid duur had verkocht. Maar de beer bleek verre van geschoten!

Toen Magnus echter c5? doordrukte in plaats van d5! dacht ik dat het nog wel eens leuk kon gaan worden. Ik kreeg er vertrouwen in, ruilde een aanvallend paard had voldoende tijd om h5-h4 te spelen en mijn dame, inmiddels naar h2 verbannen, te bevrijden. In mijn overtuiging tot een snel Txh3 te kunnen komen speelde ik het zwakke hxg3+. De koning rende zoals ik had berekend het centrum in en ik hoopte op voldoende spel tegen de monarch. Dat was er niet. Althans, niet voordat ik met een psychologische escape (d6) Magnus verleidde tot het slaan van een pion met de dame met schaak. Wie kan zoiets weerstaan! Het leidde een ontsnapping in die mij voldoende ademruimte gaf om tot mijn winstplan over te gaan. Ik dacht inmiddels niet meer aan Robert, niet meer aan Eelco, noch mijn club, mijn vader, wel af en toe aan mijn kleinste zoontje Lukas omdat hij na elke zet weer op schoot zat, ik dacht vooral aan mijzelf en dat ik opeens weer gewonnen stond tegen de wereldkampioen! (ipv hxg3+ zou ik eerder na Qxg3+ immers ook al gewonnen hebben gestaan).

Met de volgende stelling op het bord was ik in mijn nopjes. Er was toch geen redding meer denkbaar? Carlsen zou hier toch toegeven en mij de hand drukken? Met lood in de schoenen naar het volgende bord lopen? Het had toch echt geen zin meer? Hoe kon hij dit plan hebben gemist? Stom stom stom, maar ja, boeien. Opgeven en doorlopen. Toch? Ziet u hier nog een redding voor wit?

Magnus wel. Hij vond een bizarre zet, een belachelijke zet. Ik had hem verworpen omdat hij zo kinderlijk eenvoudig te weerleggen was. Ik begreep het niet. Ik zag vrijwel direct dat ik remise kon maken maar er zat toch meer in? Ik moest nu toch kunnen winnen? Lukas even vriendelijk naast me neer gezet dook ik weer in de denkhouding. Tevergeefs, hij was er alweer. Magnus dan, Lukas ook. Ik speelde mijn remise plan, want nu was niet het moment om te gokken. Sterker nog, ik zag niets anders meer.

Het werd remise. Een trotse vader, vrouw en zoons. Drie generaties getuige van het hoogtepunt uit mijn schaak”carrière”. Je zult denken dat ik de remise bedoel. Ik bedoel eigenlijk die fabelachtige zet die Magnus vond. Er bleek toch iets te zijn. Het schaakspel bood in zijn prachtig complexe veelzijdigheid een mogelijkheid die gezien en verguisd werd maar niet minder elegant en voor de hand liggend was. Een zet die je tijdens de partij een picoseconde gunt maar de rest van je leven niet meer vergeet. Ik hoop dat de lezer in de tijd die hij er voor uittrok hem ook gevonden heeft. Ik kijk uit naar de “comments” op dit bericht. Liever niet met het antwoord, dan kunnen anderen ook nog even nadenken.

Maar wat heb ik ervan geleerd? Als je op de juiste momenten pauzeert, herevalueert en opnieuw met frisse blik, zonder vooroordelen kijkt, zie je misschien iets prachtigs. Zaterdag speelden we (LSG3) uit tegen Santpoort 2. Ik mocht tegen de kopman van Santpoort op bord 3. Tactische opstelling? Neehoor, ik ben niet de kopman. Dat is Eelco, zonder ook maar 1 keer remise te hebben gespeeld tegen een wereldkampioen.

Met een zware verkoudheid, rillingen, niesbuien, toiletpauzes (oh oh, nee hoor, mijn telefoon lag keurig in de rugzak van de teamleider) en oogleden van lood manoeuvreerde ik mij met twijfelachtige openingsopzet naar de volgende stelling.

Tot mijn schrik besefte ik dat ik weliswaar mijn dame door middel van een rokade kon behoeden voor een penning over de e-lijn, maar dat de dame geen velden meer had. Dit ging een stuk kosten. Ik zakte door de grond. De van de verkoudheid al tranende ogen verhulden mijn toestand enigszins. Laat ik nog een keer niezen, dan begrijpt iedereen het. Hoe kan ik nou remise spelen tegen Magnus en mijzelf zo voor gek zetten waar iedereen bij is. Carlsen, oh ja, wat zou hij doen? Zou hier ook nog wat in zitten? Maar wat dan? Lg5 wint een belangrijk tempo maar wordt simpel beantwoord met f6 en dan dreigt toch hetzelfde? Ik zal een stuk vóór de dame moeten zetten om haar te beschermen en dan volgt d5-d4 met een dubbele aanval toch?

Ik ontsnapte dus met een achteraf simpel patroon, maar met een heerlijk gevoel. Vindt u de zet en waarom werkt het, althans, waarom verliest wit niet direct? Iets later stond het als volgt …

… en het onlangs aangeschafte maar zich nog in de verpakking bevindende boek Mein System van Nimzovich schreeuwde me toe dat ik mijn kans moest grijpen en Td7 moest spelen. Hij schijnt er een hoofdstuk aan besteed te hebben, waarvan ik op internet al wel een filmpje heb gezien. Torens willen naar de zevende rij! Doof van het snot in mijn oren kwam die schreeuw meer als een stille suggestie, zoals eentje van iemand die bij de post-mortem komt staan en ook wat wil zeggen. Zoiets wordt vaak resoluut genegeerd. Ik zag Td7 Tc4 Db5 T8-c8 c3 en als resultaat van mijn invasie zou zwart opeens torens verdubbeld en c3 uitgelokt hebben. Verwerpen die variant, je bent al ziek genoeg. Het bleek een misvatting. Td7 zou natuurlijk wél goed zijn. Ik ga dat boek maar eens uitpakken. We wierpen allebei nog een aantal remisezetten op het bord tot het stukken ruilen moeilijker werd en we dan maar blunders verzonnen. De beslissende blunder maakte mijn sympathieke tegenstander Dave Looijer die deze partij duidelijk meer goede zetten deed dan ik, maar uiteindelijk toch in mijn zwaard viel. Maakt u het af? Wit aan zet.

Tot slot hieronder nog de volledige partij tegen Looijer:

Geplaatst in KNSB, LSG 3, Toernooien & evenementen
5 reacties op “Wat ik heb geleerd van de wereldkampioen
  1. Kuip schreef:

    Fraai Q, kopman waardig! En Lukas moet uiteraard onmiddellijk alles vergeten wat hij heeft gezien :).

  2. Olivier schreef:

    Hoi, mooi stuk, ik ga het uitgebreid bekijken. Klopt het dat de stelling met de toren naar de zevende rij niet doorkomt? Bij mij ontbreekt dat diagram

    • Q schreef:

      Hi Olivier, jij bent er snel bij! De tweede versie van het verslag is inmiddels geplaatst. Excuses voor de verwarring.

  3. GS1111 schreef:

    De witte reddingszet is inderdaad een zet waarvan de mond openvalt. Daar zal MC toch wel een klein lachje hebben laten zien?

    6.Pc3?! Pf5! – Farleg!

    Mooi resultaat, prima verslag.

  4. Bart schreef:

    Fraai verslag Quirinius! Post je ook nog je hele partij tegen Magnus?