Dommer door dammen

Vrijdag 18 oktober 2019. Bij de bar van het Denksportcentrum besluiten enkele LSG’ers om weer eens te gaan dammen, en ze halen hun bord en schijven tevoorschijn. Op datzelfde moment, in de grote zaal, nadert de ontknoping van de wedstrijd LSG A – LSG B.

Ikzelf kijk aan tegen de volgende stelling:

P. Passenier – R. van Ketel

In de opening wist ik Raoul te verrassen, maar toen ik zelf zetten moest bedenken, begonnen de kansen te keren. Aan de andere kant… ik sta hier nog steeds een stuk voor, en ik had een flink voordeel vast kunnen houden met 30. Td1! Niet al te moeilijk inderdaad: als zwart kiest voor 30… Td7:, komt 31. Tc8+ en wit slaat op d4.

Maar dat deed ik niet. In plaats van 30. Td1 koos ik voor 30. Tf6:? Op een schaal van niet dom tot wel dom is dit heel dom. En wat het nog erger maakt: over al mijn andere zetten had ik lang nagedacht, maar juist deze deed ik volautomatisch. En volautomatisch ruilen, dat is in het schaken een doodzonde.

Kijk maar naar de twee stellingen hieronder:

 

 

 

 

 

Links zie je de situatie als wit Torens ruilt op f6, rechts als zwart hetzelfde doet op c6. Natuurlijk staat de zwarte Loper veel beter op f6 dan op d4, en de witte veel beter op c6 dan op d7. En steeds is het verschil in het voordeel van de niet-ruiler.

Schuldvraag
Hoe valt zo’n zet als 30. Tf6: te verklaren? Natuurlijk zou ik de hand in eigen boezem kunnen steken, de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor mijn eigen handelen: ik ben de witspeler, dus ik ben ook aansprakelijk voor alle witte zetten. Maar dat voelt niet goed. En er ligt een alternatief.

Want de dammende LSG’ers bij de bar, die waren ondertussen met hun potjes begonnen. En zoals iedereen weet: bij dammen is slaan verplicht. Is er ooit onderzoek gedaan naar de effecten hiervan op je schaaktechniek? Maken dammende schakers zich vaker schuldig aan gedachteloos ruilen? Het lijkt me een plausibele hypothese.

Kolonisten van Catan
Is daarmee 30.Tf6: verklaard? Kwam het allemaal door het dammen? Kritische geesten zijn waarschijnlijk nog niet overtuigd. Zij zullen aanvoeren dat ik zelf al 45 jaar niet heb gedamd – en daar hebben ze gelijk in. De laatste keer dat ik een ander spel heb gespeeld dan schaken, was tijdens een avond Kolonisten van Catan. Hoe dat precies verliep? Geen idee. Maar er is een ding dat me is bijgebleven: op een gegeven moment had ik 17 schapen. De situatie op het bord was zodanig dat ik daar niets mee kon, en er was ook niemand die ze met iets anders wilde ruilen. Dus moest ik 23 beurten passief afwachten. Uiteindelijk pakte ik er een boek bij – maar dat viel slecht bij de andere deelnemers: “Kom op Peter! Een beetje gezellig alsjeblieft! Nee, ik wil geen schaap, maar je moet wel leuk meedoen!”

En daarom houd ik het maar bij schaken. Hoe beroerd dat ook gaat, je bent altijd één handdruk verwijderd van de vrijheid.

Passief
Terug naar Tf6:. Ligt de verantwoordelijkheid dus toch bij mij? Ik denk het niet. Want zelf heb ik misschien niet gedamd, ik heb er wel naar zitten kijken. En ook dat passief meedammen, dat is funest voor je schaaktechniek. Ga maar na: iedere keer zie je een clubgenoot die vergeet zo’n schijf te pakken, en iedere keer hoor je het hoongelach van alle omstanders: ‘Hij slaat niet! Houd jij je niet aan de spelregels? Kom op: slaan! Nu!”

Dat leidt één op één tot zetten als 30. Tf6:.

Oké, de LSG-dammers zullen roepen dat ik de bewijsvoering nog niet helemaal rond heb. Want inderdaad: ik rommel met de chronologie. Tot afgelopen vrijdag had ik nooit passief gedamd. Ik begon de potjes pas te volgen toen mijn partij tegen Raoul al was afgelopen. En ik geef toe: dat dit met terugwerkende kracht invloed had op mijn spel… dat is niet heel waarschijnlijk.

En toch… blijf bij me. Ik ben er bijna. Want naast het dammen en het passief dammen loert er een veel sluipender gevaar: het zogenoemde derdehands dammen. Dat is de regelmatige blootstelling aan clubgenoten die weliswaar op het moment zelf niet dammen, maar dat wel op korte termijn van plan zijn. Hoe groot het schadelijke effect daarvan is, dat moet nog grondig worden uitgezocht. Maar een zet als 30. Tf6: hangt dan wel in de lucht.

Oplossing
De schuldvraag is dus beantwoord. Hoe dit probleem aan te pakken? Indammen klinkt flauw, uitbannen is in een denksportcentrum wellicht niet mogelijk. Maar ik kan de dolende dammers wel een duwtje geven in de goede richting. Met de onderstaande video.

Ik zag hem een paar weken geleden, en ik vond hem gelijk geweldig. Tot dan toe had ik scrabble geassocieerd met familiefeestjes en spelletjesavonden, maar dat is ten onrechte. Op hoger niveau spelen ze blijkbaar met een klok en mijmeren ze over gemiste kansen. Bovendien gaat het niet alleen om het breien van een zo lang mogelijk woord: je kunt ook het bord blokkeren, of juist niet.

Maar het grootste voordeel is juist wat aan Scrabble ontbreekt. Geen schapen, geen schijven en vooral: geen nadelige gevolgen voor je schaken.

2 reacties op “Dommer door dammen
  1. Q schreef:

    Bedankt Peter, voor een onderhoudend betoog. Ik denk dat kruisbestuiving schakers/dammers een goed idee is. Zelf geniet ik van het opnieuw leren van een vergelijkbaar(?) spel waarin geluk geen rol speelt. was dit trouwens het wedstrijdverslag LSG A – LSG B? Of hebben we dat nog tegoed?