LSG 4 verovert 2e plek

Met sinterklaasavond in het vooruitzicht heeft LSG 4 flink uitgepakt. We staan op dit moment 2e! Vooral aan de hoge borden, waar SMB op zijn sterkst is, gingen we flink op cadeautjesjacht. Hieronder een verslag van de spelers zelf.

Jorgen speelde aan bord 1 met wit een Scandinavier en kwam met groot voordeel uit de opening.
Wit kende de theorie tot zet 8, maar volgde t/m zet 16 een partij Yudashin-Kamsky.
Helaas was een actieve opstelling van de witte stukken en een tijdelijk kwaliteitsoffer niet genoeg om de partij te beslissen. Wit had 6 geïsoleerde pionnen en het toreneindspel met 1 pion meer was dan ook remise.

Loek kreeg met zwart een doorschuifvariant van het Siciliaans op het bord. Ondanks het ruimtevoordeel op de koningsvleugel, koos wit voor een ongebruikelijke maar toch interessante aanval op de damevleugel. Zie de volgende stelling:

Met behulp van de volgende reeks zetten, lukte het mij om de aanval af te slaan:

15…Da5! 16.De2 Pc5 17.Lxb5+ Lxb5 18.Dxb5+ Dxb5 19.axb5 O-O.
In het dubbel toreneindspel dat ontstond, stonden mijn torens net iets actiever dan mijn tegenstander. Na een te optimistische zet van wit, waren zijn zwaktes niet meer te verdedigen. Met als gevolg dat de witte stelling als een kaartenhuis in elkaar viel, en mijn tegenstander opgaf.

Jeroen Berrevoets (2012) – Thom Rijken (1915) [C24]
SMB 1 – LSG 4, 23.11.2019

De stelling na 14 zetten. Zwart gaat er van uit dat hij de d-pion terugwint maar na Dxd3 verliest hij c7 en na Lxd3 komt Td1. Hij besluit dus c5: 14…c5 15.Le3 Lxd3 16.Td1 Df5 Nu valt c5. Zwart is wat actiever maar hij staat een pion achter. Ik zag niet echt iets concreets voor zwart dus ik won de pion maar. Is ook het beste. 17.Lxc5 Tfd8 18.Lxb6 Hier ging zwart een beetje de mist in. Zolang hij het eindspel niet ingaat heeft hij kans met de 2 lopers, maar hij speelt Le5, wat dameruil forceert. 18…Le5 19.Dg4 Ik kan aan de pion gaan hangen maar ik zag dat na 19…Dxg4 20.hxg4 axb6 21.Pa3 de zet Lxc3 niet kan! En dan kan ik eenvoudig mijn paard omspelen naar e3 en met een pion meer dit uitspelen. 21…Lxc3 Erg prettig dat mijn tegenstander dan alsnog slaat op c3 … 22.bxc3 Txa3 23.Td2 Zwart probeert nog een geinig “trucje”, maar dat “trucje” werkt niet 23…Tda8 24.Txd3 Txb3 25.Tad1 En zwart gaat mat of verliest een toren. 1-0

Marcel de J. speelde aan bord 4 met zwart in een Oud-Indische opstelling, waarbij de witte e-pion op e3 stond in plaats van, wat misschien gebruikelijker is, op e4. Wit verhoogde via b3 en Lb2 de druk op de zwarte pion op e5, die o.a. door een zwart paard op g6 verdedigd werd. Een witte poging om met h4-h5 dit paard te willen verdrijven faalde taktisch en de pion op h4 ging verloren. Zwart kreeg naast de pion ook nog een overwegende stelling op de koningsvleugel en nadat wit een dubbelaanval overzag die een stuk kostte kon het punt genoteerd worden.

Marcel W. bestreed met wit het Grünfeld-Indisch. Het foutje van de zwartspeler had ik eerder tegen me gehad in de interne en toen mijn tegenstander niet actief voortzette kreeg ik een erg overwegende stelling.
Het verbaasde me voornamelijk dat het niet vanzelf won, maar bij het uitvluggeren naar de 40e zet viel er dan toch een zwarte pion van het bord af. Toen zwart daar niet mee kon leven en een pion terugwon kostte het zelfs een stuk en gaf zwart op.

Partij van Jan Willem aan bord 6 met zwart. Frans afruilvariant.
Kwam gelijk uit de opening. Miste net na de opening een mogelijkheid om wat initiatief te krijgen. Deed vervolgens een anti-positionele zet die net kon maar 2 zetten later vervolgde ik met nog zo’n zet waarna wit had kunnen winnen.
Ik won een pion maar de stelling bleef gelijk totdat ik een enorme tactische bok schoot. Wit zag het niet en de stelling leek te zijn vervlakt. Wit bood remise aan. Ik nam het aan maar stond nog steeds minder. Lucky escape dus!

Wybe had al gelijk een goede stelling na de opening, maar verrekende zich helaas en kwam een pion acher. Een 2e pion werd geïnvesteerd en er onstond een interessante stelling. Helaas resultuurde geblunder in de tijdnoodfase tot een nul en kon geen bijdrage geleverd worden aan weer een mooi resultaat van LSG IV.

Daan mocht aan bord 8 tegen een blinde jongeman spelen. Vol bewondering keek hij hoe zijn tegenstander met een soort braillebordje schaakte. De tegenstander stond steeds ietsje beter. Het blindschaken kost wel veel tijd. Aan het eind moesten er nog 12 zetten in 2,5 minuut gedaan worden. Voor het teamresultaat was op dat moment een remise prima, het aanbod werd geaccepteerd.