LSG 7 verliest maar er had meer ingezeten

Van te voren had ik al gedacht dat het een moeilijke wedstrijd zou worden omdat de tegenstanders gemiddeld zo´n 100 punten meer per bord hadden. Het resultaat klopte met die verwachting maar er had meer ingezeten, zie de verslagen hieronder. Chris Molsbergen viel in waarvoor dank.

Bord 1 Egbert Oene – Chris Molsbergen
In mijn partij met zwart tegen Egbert Oene, aan bord 1, kreeg ik het “Londensysteem” voorgeschoteld! Het leverde mij enige activiteit op de damevleugel op, maar wit hield volledige controle, zeker toen ik verzuimde het centrum te ontwikkelen; het gevolg was een venijnig centrumpionzetje, waardoor de koningsvleugel onder vuur kwam. Na mijn geforceerde kwaliteitsoffer vielen de witte torens binnen en was er geen houden meer aan.
Conclusie: op waarde geklopt(maar niet zonder strijd).

Bord 2 Gregor Waskowsky – Gerrit Lemmen
Mijn partij tegen speelde ik tegen dhr Lemmen. Het is Pirc wat er op het bord komt, op zet 17 win ik een pion. De partij lijkt zich zeker niet in mijn nadeel te ontwikkelen. De computer geeft mij zelfs plus 3. Maar ik kan de goede voortzetting niet vinden. Ik heb behoorlijk wat tijd verbruikt en mijn tegenstander blijft onveranderd snel spelen. Gevolg ik heb 7 of 8 minuten op de klok en mijn tegenstander 45 minuten en nog een zet of 10 te gaan. En ja dan gebeurt het ik verlies twee pionnen.
Volgens de computer is nog de partij niet verloren. Maar ik ben de draad kwijt en op zet 43 geef ik een paard weg in een 1 zet diepe combinatie. 0-1.

Bord 3 Peter Duijs – Chiel Kuiper
Luuk is een zeer goede teamleider en gaf ruim voor de wedstrijd informatie over de mogelijke tegenstanders en hun favoriete openingen, klasse! Bij mij in de roos geschoten. Mijn tegenstander Peter Duijs (rating 1676), zoals voorspeld, opende met b3 en speelde het Larsen-systeem, eveneens voorspeld. Thuis had ik me goed voorbereid, maar helaas, na de openingstheorie, deed ik in het middenspel een onnauwkeurige zet (Lf8). De witte loper op b3 nam toen terecht het paard op f6, ik moest met g7 slaan, waardoor mijn koning niet meer voldoende werd beschermd. Met een dame, twee paarden en de witte loper gericht op de koningsvleugel, speelde Peter het doeltreffend uit.

Bord 4 Frank Hordijk – Peter van Diepen
Mijn tegenstander(zwart) speelt de opening snel en er komt konings-indisch op het bord. Helaas wijkt hij af met een, voor mij onbekend, pionoffer, neem het dus niet aan. Volgens Fritz kom ik toch beter uit de opening en ik heb aanvalsdoel nl koningsaanval. Na enig manoeuvreren ontstaat er een stelling waarbij mijn dame op d5 staat en tegenstander speelt Lg7-Ld4 gedekt door c5 en f4 is al gespeeld dus Le3 is ongedekt. Na ruil Le3 slaat Ld4 en met de witveldige loper naar b7 kan mijn dame geen kant op. Mooi gevonden, maar bluf, blijkt achteraf. Na ruil, L*d4 en zwart Lb7 kan ik Lf6 spelen en hiermee de dame van zwart op d8 aanvallen en tevens terugweg voor dame creëren. Hierna staat wit zo goed als gewonnen(Fritz +5).
Maar ik zie het niet en verlies een belangrijke loper en daarmee de partij.
Mijn les uit dit pijnlijk verlies is dan ook: rustig blijven en beter rekenen er is altijd een oplossing.

Bord 5 Kiek Schouten – Frank Cools
Boeiende partij achter de rug. Mijn tegenstander was steeds op zoek naar tactische verwikkelingen. Deze kon ik naar mijn mening steeds met voordeel pareren. Voordeel in de zin dat ik rustig de stelling naar mijn hand kon zetten. Kwam mij ook wel goed uit dat via 1. Pc3… de van Geet opening, ik met zwart spelend via een omweg in voor mij bekend openingsrepertoire kwam. De partij resulteerde uiteindelijk in een open laat middenspel waarin een stevig gedekt paard van mij op de vierde rij dwingend het achterland van mijn tegenstander controleerde. Mijn dame dicteerde het spel waarbij de dame van de tegenpartij vooral moest keepen. Ik stond voor de keuze met wat tussenzetjes pionnen te snoepen en na dameruil dit in winst om te zetten of op zoek te gaan naar stukwinst of een mat. Door voor de complexe voortgang te kiezen gaf ik mijn grote voordeel even weg. Maar mijn tegenstander maakte hier geen adequaat gebruik van. Vermoeidheid speelde zeker voor ons beiden een rol gezien de duur van de partij. Hoe dan ook ik kreeg een tweede kans waarmee ik mijn herwonnen, dwingende voordeel in winst kon omzetten.

Bord 6 Rob Uittenbogaard – Max Hooijmans

De door ons gespeelde opening beantwoordde enigszins aan de Queens Gambit Declined, Ragozin Variation. Ik was geenszins tevreden met mijn opening. Het plusje wat je normaal moet hebben was vrij snel verdampt. Mijn 5e zet a3 was minder (Lg5). Op zet 13 bood mijn tegenstander de gelegenheid om dames te ruilen waardoor hij opgezadeld zat met een dubbelpion. Deze wordt in het eindspel een blok aan zijn been. Alle lichte stukken + dame waren van het bord. Het werd nu een eindspel met ieder 2 Torens en pionnen. Op zet 16 had ik beter gelijk f4 moeten spelen. En op zet 17 c4! Ook 20. Tc2 was twijfelachtig. Mijn jeugdige tegenstander nam goed zijn tijd en nam enigszins het initiatief over. Toen hij op 23. Ta4 dacht een pion te gaan winnen besloot ik via het centrum 2 verbonden pionnen te creëren. Mijn 24ste zet c4 was prima. Mijn 25ste d5 was te gehaast! Om maar te spreken van een blunder. Hier had Tc3 op zijn plaats geweest. Er ontspon zich een boeiend gevecht waarbij ik met een pion minder maar zwart weliswaar met een dubbelpion de eindfase ingingen. Voor zover ik na kon gaan ben ik nergens in gevaar geweest. Conclusie: over de opening niet te tevreden; over het eindspel wel!!!

Bord 7 Andre Bremmers – Luuk Hoogeveen
Mijn tegenstander speelde Oostenrijkse aanval waarvan ik wist dat in een van mijn openingsboekjes werd aanbevolen om wat stukken te ruilen om de druk richting mijn koning te verminderen. Hier werkte mijn tegenstander lekker aan mee en met name na dameruil stelde de witte aanval niks meer voor. Op de damevleugel had wit inmiddels een slechte structuur met een nare ongedekte dubbelpion op de open c-lijn. De drie damevleugelpionnen waren niet te verdedigen en nadat ik die alle drie had opgesnoept offerde mijn tegenstander als desperado nog een paard maar dat versnelde eigenlijk alleen maar de uitkomst.

Bord 8 Jeroen Peper – Tycho Bakker
Ik was verre van ontevreden met de stelling vanuit de opening; mijn tegenstander speelde het Hollands (waar ik nooit problemen mee heb gehad), uiteindelijk een Stonewall variatie. Verder had ik mijn ‘probleemloper’ buiten de pionnen gekregen, terwijl mijn tegenstander opgescheept bleef met een slechte loper op c8; een fijn positioneel voordeel. Helaas besloot ik te vroeg uit te breken met c2-c4 en had ik eerst mijn e5-paard moeten beschermen door zijn broer naar f3 te spelen. Hierdoor opende de stelling op een ongunstige manier en kwam mijn koning onder vuur te liggen van zwarts lopers. Zonde!

Voor het verslag van de tegenstanders zie hier.